Conversie van PK naar PL
Wat kun je vinden op deze pagina?
Tot 1 oktober 1994 was de bevolkingsboekhouding in Nederland gebaseerd op de Wet bevolkings- en verblijfsregister en het daarop gebaseerde Besluit bevolkingsboekhouding. Inschrijving gebeurde in de Nederlandse gemeente waar een persoon woonde (nachtrust genoot). Daar waren een paar uitzonderingen op en die personen werden ingeschreven in het centrale persoonsregister (CPR). Dat betrof personen zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederlands die ook geen briefadres konden kiezen en buiten Nederland dienstdoende militairen. Dit alles werd bijgehouden op persoonskaarten (PK).
Op 1 oktober 1994 is de Wet GBA in werking getreden en vanaf dat moment werd de bijhouding van de persoonskaart (PK) gestopt en werd alleen de persoonslijst (PL) bijgehouden. Voordat de GBA in werking kon gaan, moesten eerst alle persoonskaarten geconverteerd worden naar GBA-persoonslijsten. Sommige gemeenten waren al veel langer geautomatiseerd met bijvoorbeeld een rekencentrum of met een eigen ontwikkeld systeem. Hierbij waren vaak alleen aanvullende conversies noodzakelijk om de gegevens conform de eisen van het toenmalige Logisch Ontwerp GBA te krijgen. Maar er waren ook gemeenten die de hele conversie nog handmatig moesten uitvoeren.
Conversie
De conversie van persoonskaart naar persoonslijst moest worden uitgevoerd volgens de conversievoorschriften. Sommige gegevens werden één op één overgenomen van de persoonskaart. Soms werd ook historie overgenomen, al dan niet verplicht en sommige gegevens werden juist niet overgenomen van de persoonskaart. Ook werden in de GBA nieuwe gegevens toegevoegd aan de persoonslijst. Gemeenten hadden soms de keuze of zij bepaalde gegevens wel of niet wilden converteren, bijvoorbeeld adreshistorie en kinderen geboren vóór 1 januari 1966. Dat verklaart nu nog de verschillen die je af en toe tegenkomt op persoonslijsten. Dat geldt ook voor historische adresgegevens, sommige gemeenten hebben alle adreshistorie van de persoonskaart overgenomen naar de persoonslijst, anderen alleen het actuele adres op het moment van conversie. En er zijn nog andere mogelijkheden, zoals alleen de adreshistorie in de eigen gemeente. Ook hier dus verschillen bij conversie afhankelijk van de conversiegemeente. In systemen werd vaak de ‘datum adreshouding aaneengesloten’ als aangehaakt gegeven opgenomen. Deze datum bepaalde vanaf welke datum de adresgegevens aaneengesloten waren opgenomen en tot de GBA behoorden en welke adresgegevens als aangehaakt gegeven opgenomen waren. Deze laatste gegevens waren alleen binnengemeentelijk raadpleegbaar en waren geen onderdeel van de GBA-persoonslijst.
Aangehaakte gegevens
Het was bij de conversie ook toegestaan aan gemeenten om extra gegevens (niet-GBA) te registreren bij de persoonslijst. Deze gegevens maakten geen deel uit van de persoonslijst en waren ook alleen maar binnengemeentelijk zichtbaar en werden niet mee uitgewisseld met andere gemeenten. Voorbeelden hiervan zijn:
- niet aaneengesloten adres-historie
- gezinsverhouding (gezinshoofd, inwonend echtgenote, kind etc.)
- gezinssterkte (uit hoeveel personen bestaat het gezin)
- stemdistrict
- deelgemeente
- eigen aantekeningen
In sommige systemen zie je nog wel een restant van deze gegevens, zoals bijvoorbeeld de vermelding van gezinsverhouding en gezinssterkte. En het is gemeenten nog steeds toegestaan eigen gegevens binnengemeentelijk toe te voegen mits dit geregeld is in een gemeentelijke verordening.
Aangehaakte persoonslijsten
Een andere vorm van aangehaakte gegevens is een compleet aangehaakte persoonslijst. Dat is een persoonslijst die geen deel uitmaakt van de GBA-gegevensset (inmiddels BRP-gegevensset). Bij vertrek naar een andere gemeente blijven alleen verwijsgegevens achter in de vertrekgemeente. Echter veel gemeenten (systemen) ‘bewaren’ de complete persoonslijsten in hun systeem als aangehaakt. Er mogen echter geen inlichtingen meer uit verstrekt worden met uitzondering van de verwijsgegevens. Sinds het ontstaan van GBA-V en inmiddels BRP-V zien veel gemeenten ook de noodzaak niet meer van het bewaren van al deze gegevens.
Aangehaakte persoonslijsten zijn ook de persoonslijsten die aangemaakt zijn bij de conversie maar waarbij de opschorting later verwerkt is maar vóór 1 oktober 1994. Dat kan een opschorting zijn vanwege overlijden, emigratie of ministerieel besluit. Deze maakten op 1 oktober 1994 geen deel uit van de GBA, maar zijn vaak nog wel aanwezig bij een gemeente. Persoonslijsten die vanaf 1 oktober 1994 werden opgeschort maken wel deel uit van de GBA ook al ligt de datum overlijden of emigratie nog vóór 1 oktober 1994. De datum van opname van het overlijden of emigratie is hierin bepalend.
Steekproef
Nadat gemeenten de conversie hadden afgerond vond een steekproef plaats op de kwaliteit van de geconverteerde gegevens. Die steekproef werd uitgevoerd door medewerkers van het toenmalige ‘GBA projectbureau’, voorloper van RvIG. Het was de bedoeling dat iedere gemeente op 30 september 1994 een geslaagde steekproef had ondergaan zodat op 1 oktober 1994 de GBA in werking kon treden. Dat is uiteindelijk niet helemaal gelukt. Er waren een paar gemeenten die dat niet gered hebben, zij mochten op 1 oktober 1994 toch aansluiten maar dan ‘onder curatele’ van het GBA-projectbureau. Dat betekende dat alle uitgaande berichten eerst gecontroleerd werden. Uiteindelijk zijn ook deze gemeenten later in 1994 definitief aangesloten op de GBA.
Tussentraject
Het tussentraject is de fase geweest waarin de gemeenten zijn aangesloten op de GBA. Daar ging de conversie van PK naar PL aan vooraf en ook de verplichte steekproef op kwaliteit van de geconverteerde gegevens.
Gemeenten die de steekproef met goed gevolg hadden afgelegd mochten aansluiten op het GBA-netwerk. Voor een, al op de GBA, aangesloten gemeente betekende dit tot 1 oktober 1994 ook dubbel werk. De PK moest nog gewoon worden bijgehouden, inclusief alle daaruit voortvloeiende berichtgeving aan afnemers. Daarnaast moesten de wijzigingen ook in het GBA-systeem worden doorgevoerd en werden berichten uitgewisseld met andere gemeenten. De regelgeving vanuit de Wet Bevolkings- en verblijfsregisters was nog van toepassing, maar er werden ook al gegevens opgenomen zoals voorgeschreven in de GBA. Bijvoorbeeld aktenummers in groep 81 bij de aanleg van een persoonslijst naar aanleiding van een geboorte of de code aangifte adreshouding bij een verhuizing.
Tussentraject en PK-vervangend systeem
Het was gemeenten toegestaan om, in het Tussentraject, binnengemeentelijk de bijhouding van de persoonskaart geheel of gedeeltelijk te stoppen en de wijzigingen alleen in de persoonslijst bij te houden. Dat werd een PK-vervangend systeem genoemd. Echter als de persoonskaart de gemeente verliet, bijvoorbeeld door verhuizing naar een andere gemeente, moest de persoonskaart wel eerst helemaal bijgewerkt worden voordat deze verstuurd werd. Binnengemeentelijk was die bijwerkingsverplichting er niet dus kan het voorkomen dat historie van vóór 1 oktober 1994 alleen voorkomt in de persoonslijst en dat de persoonskaart indertijd niet bijgewerkt is. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij verhuizingen binnen dezelfde gemeente. Het nu nog achteraf verwijderen van adreshistorie in een persoonslijst (ook al is die van vóór 1 januari 1994) kan dus problemen opleveren als in die gemeente toen het PK-vervangend systeem werd toegepast.
De omslag
Het tussentraject duurde tot 1 oktober 1994. Op 1 oktober 1994 ging de Wet GBA in werking. Dat wordt ook wel de ‘datum omslag’ genoemd. De Wet GBA trad in werking en iedere gemeente in Nederland was aangesloten op het GBA-netwerk en de PK werd opgeborgen in het archief. De PK was immers geen brondocument meer volgens de Wet GBA. Alleen in het geval sprake is van een correctie van een gegeven wat indertijd verkeerd overgenomen is van de persoonskaart mocht deze nog gebruikt worden als brondocument. Zie Correcties en ten onrechte opgenomen categorie.
De afdeling Burgerzaken had vanaf de datum omslag nog wel te maken met actualiseringen die rondom dat omslagmoment lagen, bijvoorbeeld een overlijden nog vóór 1 oktober 1994 maar de overlijdensakte is ná 1 oktober 1994 pas opgemaakt. En dat gebeurde bij andere rechtsfeiten als geboorte en verhuizingen ook. Voorafgaand aan de datum omslag werden gemeenten geïnstrueerd zoveel mogelijk alle actualiseringen af te handelen, maar het is niet te voorkomen dat er toch nog ‘naijlers’ komen.
Conversievoorschriften


Hieronder een toelichting op de belangrijkste voorschriften bij de conversie van de persoonskaart naar de persoonslijst per categorie en groep op de persoonslijst. Alleen de persoonslijsten van actueel ingeschreven personen werden aangelegd bij conversie. Categorie 06 Overlijden en 10 Verblijfstitel werden niet opgenomen bij de conversie.
Categorie 01 Persoon
- Groep 01 Identificatienummers
Het A-nummer werd op de persoonskaart genoteerd in de derde kolom van vak 22, verdeeld over 3 regels. Dit nummer werd overgenomen naar de persoonslijst. De voorloper van het Burgerservicenummer (het SoFi-nummer) werd toen nog niet opgenomen op de persoonslijst. Dat is pas vanaf juli 1995 toegevoegd.
- Groep 02 Naam
De naamgegevens werden geconverteerd vanuit vak 3 van de persoonskaart. Nieuw op de persoonslijst was de uitsplitsing van de gegevens in verschillende rubrieken in deze groep (voornamen, adellijke titel/predicaat, voorvoegsels en geslachtsnaam). Een adellijke titel werd op de persoonskaart bij de geslachtsnaam vermeld en een adellijk predicaat bij de voornamen. Op de persoonslijst moest dit afgesplitst worden in een aparte rubriek en dat gold ook voor de eventuele voorvoegsels bij de geslachtsnaam. Als iemand alleen maar voornamen had dan werd dat op de persoonskaart ook bij voornaam vermeld. In de GBA werd, als iemand alleen over een voornaam beschikte, dit vermeld in de rubriek geslachtsnaam. Twee liggende streepjes achter de (voor)naam geven aan dat de persoonskaart gewaarmerkt is (zie groep 81 Akte en 82 Document).
Alleen de actuele naamgegevens, op moment van conversie, moesten verplicht geconverteerd worden, historie converteren was niet verplicht, maar mocht wel.
- Groep 03 Geboorte
De geboortegegevens werden geconverteerd vanuit vak 4 van de persoonskaart. Als een gemeente ondertussen opgegaan was in een nieuwe gemeente dan werd dat op de persoonskaart vermeld als ”Hoenkoop (thans Oudewater)”. Op de persoonslijst werd alleen de oorspronkelijke gemeente vermeld (waar de geboorteakte opgemaakt was). In dit voorbeeld alleen “Hoenkoop”. Hetzelfde geldt voor de vermelding van het geboorteland. Op de persoonskaart kon vermeld staan “Nederlands-Indië (thans Indonesië)”, terwijl op de persoonslijst alleen “Nederlands-Indië” overgenomen werd. Geboorteland “Nederland” werd niet vermeld op de persoonskaart maar wel op de persoonslijst.
- Groep 04 Geslacht
De geslachtsaanduiding van de persoon stond niet op de persoonskaart maar kon daaraan wel herleid worden. Aan de linkerzijkant van de kaart staat, ter hoogte van vak 8, “zoon of dochter van”. Ook aan de kleur van de kaart kan de geslachtsaanduiding ontleend worden, grijs voor een vrouw en chamois (geel) voor een man. Als het geslacht onbekend was dan werd dit links van vak 1 op de persoonskaart aangegeven en werd een chamoiskleurige kaart gebruikt.
- Groep 61 Naamgebruik
Dit gegeven komt niet voor op de persoonskaart. Op de persoonslijst werd bij de conversie alleen bij gehuwde vrouwen en weduwen de aanduiding ‘V’ opgenomen (conform gemeentelijk gebruik vóór de conversie). Bij mannen en alle niet gehuwde of gescheiden vrouwen werd de aanduiding ‘E’ opgenomen. Alleen als in vak 24 van de PK een potloodaantekening over naamgebruik opgenomen was kon je hiervan afwijken, bijvoorbeeld als daar bij een gehuwde vrouw ‘alleen meisjesnaam’ vermeld was.
- Groep 81 Akte en 82 Document
Bij conversie moest groep 82 Document gevuld worden met als gemeente van ontlening de gemeente die de gegevens geconverteerd heeft en de datum waarop dat gebeurd is. Als brondocument werd “PKA” vermeld als de persoonskaart in vak 1 gewaarmerkt is door middel van een paraaf. De waarmerking betekent dat de gegevens in vak 3 (naam), vak 4 (geboortegevens en eerste deel vak 8 (naamgegevens ouders) op de persoonskaart overeenstemmen met de Nederlandse geboorteakte of een in het Nederlands vertaald afschrift of uittreksel van een buitenlandse geboorte- of doopakte. Achter de naamgegevens in vak 3 en 8 werd “—” getypt om aan te geven dat de persoonskaart gewaarmerkt is. Is de persoonskaart niet gewaarmerkt dan werd “PK” vermeld als brondocument.
Gemeenten mochten echter ook het aktenummer uit vak 1 van de persoonskaart vermelden als brondocument (groep 82) in plaats van de aanduiding “PKA”.
Groep 85 Geldigheid
Ook nieuw was de ingangsdatum geldigheid waarin de datum opgenomen moest worden waarop het geheel van gegevens in die categorie geldig was geworden. Dat kon de geboortedatum zijn, als vanaf de geboorte geen wijzigingen in de naam of naamgebruik waren geweest, maar kon ook een andere datum zijn bijvoorbeeld bij een naamswijziging of een adoptie. Dat moest dan wel herleid worden aan de PK, vaak uit vak 35. Bij de conversie was het echter ook toegestaan om hier de standaardwaarde 00-00-0000 op te nemen, ongeacht of deze datum wel of niet aan de persoonskaart te ontlenen was. Maar als er ook historie geconverteerd werd dan moest (met uitzondering van de oudste categorie) wel altijd een werkelijke ingangsdatum geldigheid opgenomen worden. Dit in verband met een juiste volgorde van de categorieën.
Categorie 02 Moeder (nu Ouder1) en 03 Vader (nu Ouder2)
- Groep 01 Identificatienummers
Het A-nummer van de ouders werd aan de persoonslijst van de ouders zelf ontleend als die in dezelfde gemeente ingeschreven waren. Was deze niet in dezelfde gemeente ingeschreven werd er geen A-nummer opgenomen.
- Groep 02 Naam
De naamgegevens werden geconverteerd vanuit vak 8, eerste deel van de persoonskaart. Als er juridisch geen vader was dan werden alleen 2 liggende streepjes opgenomen in vak 8 als de persoonskaart gewaarmerkt was. Dit werd ook als ‘Juridisch geen vader’ geconverteerd. Ontbraken de 2 liggende streepjes en was geen vader opgenomen dan was de persoonskaart niet gewaarmerkt en werd een ‘Onbekende’ vader opgenomen bij de conversie. Zie voor het overige de beschrijving bij categorie 01 Persoon.
- Groep 03 Geboorte
De geboortegegevens werden geconverteerd vanuit vak 8, tweede deel van de persoonskaart. Als geen geboortegegevens van de ouder voorkwamen dan werd groep 03 Geboorte niet ingevuld. Groep 02 Geboorte is namelijk niet verplicht in categorie 02 Moeder (Ouder1) en 03 Vader (Ouder2). Zie voor het overige de beschrijving bij categorie 01 Persoon.
- Groep 04 Geslacht
Deze groep was nog niet opgenomen in categorie 02 en 03 omdat in categorie 02 altijd de gegevens van de moeder opgenomen werden en in categorie 03 de gegevens van de vader. Pas op 1 februari 2001 (Logisch Ontwerp 3.1) is deze groep toegevoegd aan categorie 02 en 03 en daarbij werd ook de omschrijving van de categorie gewijzigd van Moeder in Ouder1 en Vader in Ouder2.
- Groep 62 Familierechtelijke betrekking
Deze groep was niet apart opgenomen op de persoonskaart maar dit kon wel herleid worden (evenals de ingangsdatum geldigheid) aan aantekeningen op de persoonskaart. Bij de conversie was het echter ook toegestaan om hier (net zoals bij groep 85 Geldigheid) de standaardwaarde 00-00-0000 op te nemen, ongeacht of deze datum wel of niet aan de persoonskaart te ontlenen was. Daarbij kon dan zowel groep 62 Familierechtelijke betrekking als groep 85 Geldigheid gevuld worden met de standaardwaarde. Maar ook het onafhankelijk van elkaar vullen van één van deze groepen met de standaardwaarde en de andere groep met een werkelijke waarde was toegestaan bij de conversie.
- Groep 81 Akte en 82 Document
Bij conversie moest groep 82 Document gevuld worden met als gemeente van ontlening de gemeente die de gegevens geconverteerd heeft en de datum waarop dat gebeurd is. Als brondocument werd “PK” vermeld, vermelding “PKA” geldt alleen voor categorie 01 Persoon.
- Groep 85 Geldigheid
Ook nieuw was de ingangsdatum geldigheid waarin de datum opgenomen moest worden waarop het geheel van gegevens in die categorie geldig was geworden. Dat kon de geboortedatum zijn, als vanaf de geboorte geen wijzigingen in de naam of naamgebruik waren geweest, maar kon ook een andere datum zijn bijvoorbeeld bij een naamswijziging of een adoptie. Dat moest dan wel herleid worden aan de PK, vaak uit vak 35. Bij de conversie was het echter ook toegestaan om hier (net zoals bij groep 62 Familierechtelijke betrekking) de standaardwaarde 00-00-0000 op te nemen, ongeacht of deze datum wel of niet aan de persoonskaart te ontlenen was. Daarbij kon dan zowel groep 62 Familierechtelijke betrekking als groep 85 Geldigheid gevuld worden met de standaardwaarde. Maar ook het onafhankelijk van elkaar vullen van één van deze groepen met de standaardwaarde en de andere groep met een werkelijke waarde was toegestaan bij de conversie. Als ook historie geconverteerd werd dan moest (met uitzondering van de oudste categorie) wel altijd een werkelijke ingangsdatum geldigheid opgenomen worden. Dit in verband met een juiste volgorde van de categorieën.
Categorie 04 Nationaliteit
Alle in het bezit zijnde nationaliteiten moesten geconverteerd worden vanaf de persoonskaart. Nationaliteiten die niet meer actueel in bezit waren hoefden niet geconverteerd te worden. Als deze wel geconverteerd werden dan moest een lege actuele categorie opgenomen worden met als ingangsdatum geldigheid de datum verlies van die nationaliteit met daaronder een historische categorie met daarin de van toepassing zijnde nationaliteit.
- Groep 05 Nationaliteit
In vak 5 van de persoonskaart werd “Nd” vermeld als iemand de Nederlandse nationaliteit had en “Vr” als iemand in het bezit was van één of meerdere vreemde nationaliteiten en die nationaliteit(en) werden vermeld in vak 24. Als iemand naast de Nederlandse nationaliteit ook in het bezit was van één of meerdere vreemde nationaliteiten dan werd dat ook in vak 24 vermeld (met eventuele uitloop in vak 35) van de persoonskaart. Op de persoonslijst werd de code van de betreffende nationaliteit uit tabel 32 Nationaliteiten vermeld. Voor iedere nationaliteit een eigen ‘stapel’.
- Groep 63 Reden verkrijging/verlies Nederlandse nationaliteit (nu Opnemen nationaliteit)
Bij de conversie werd alleen bij de Nederlandse nationaliteit hier iets ingevuld conform tabel 37 Reden verkrijging/verlies Nederlandse nationaliteit. Het was echter ook toegestaan de standaardwaarde 000 op te nemen evenals bij groep 85 Geldigheid. Ook het onafhankelijk van elkaar vullen van één van deze groepen met de standaardwaarde en de andere groep met een werkelijke waarde was toegestaan bij de conversie.
- Groep 65 Bijzonder Nederlanderschap
Als sprake was van bijzonder Nederlanderschap (behandeld als Nederlander) dan werd dat ook vermeld in vak 5 en 24 van de persoonskaart.
- Groep 82 Document
Bij conversie moest groep 82 Document gevuld worden met als gemeente van ontlening de gemeente die de gegevens geconverteerd heeft en de datum waarop dat gebeurd is. Als brondocument werd “PK” vermeld, vermelding “PKA” geldt alleen voor categorie 01 Persoon.
Groep 82 is echter niet verplicht in categorie 04 Nationaliteit, dus als dit niet opgenomen werd kan dit niet als fout worden aangerekend. Maar het is wel ongewenst omdat dit aangeeft dat de opgenomen gegevens aan de persoonskaart ontleend zijn.
- Groep 85 Geldigheid
Ook nieuw was de ingangsdatum geldigheid waarin de datum opgenomen moest worden waarop het geheel van gegevens in die categorie geldig was geworden. Dat kon de geboortedatum zijn, als de nationaliteit bij geboorte verkregen was. Maar kon ook een andere datum zijn bijvoorbeeld bij een erkenning, adoptie of latere verkrijging Nederlanderschap bij KB. Dat moest dan wel herleid worden aan de persoonskaart, vaak een combinatie van vak 5, 24 en 35. Bij de conversie was het echter ook toegestaan om hier de standaardwaarde 000 op te nemen evenals bij groep 63 Verkrijging/verlies Nederlandse nationaliteit. Ook het onafhankelijk van elkaar vullen van één van deze groepen met de standaardwaarde en de andere groep met een werkelijke waarde was toegestaan bij de conversie. Als ook historie geconverteerd werd dan moest (met uitzondering van de oudste categorie) wel altijd een werkelijke ingangsdatum geldigheid opgenomen worden. Dit in verband met een juiste volgorde van de categorieën.
Categorie 05 Huwelijk
Alle huwelijken en ontbonden huwelijken die op de persoonskaart vermeld stonden moesten geconverteerd worden. Voor ieder (ontbonden) huwelijk een aparte “stapel”, waarbij de gegevens over een huwelijkssluiting en een ontbinding van dat huwelijk in dezelfde “stapel” werden vermeld. Alleen potloodaantekeningen waarin vermoedelijke huwelijken (of huwelijksontbindingen) vermeld werden op de persoonskaart werden niet overgenomen naar de persoonslijst omdat daar nog geen brondocumenten van overlegd waren.
- Groep 01 Identificatienummers
Het A-nummer van de huwelijkspartner werd aan de persoonslijst van de partner zelf ontleend als die in dezelfde gemeente ingeschreven was. Was deze niet in dezelfde gemeente ingeschreven werd er geen A-nummer opgenomen.
- Groep 02 Naam
De naamgegevens werden geconverteerd vanuit vak 9 en 10 van de persoonskaart. Was er sprake van meer dan twee (ontbonden) huwelijken dan werd het vervolg opgenomen in vak 35 van de persoonskaart. Zie voor het overige de beschrijving bij categorie 01 Persoon.
- Groep 03 Geboorte
De geboortegegevens werden geconverteerd vanuit vak 11 en 12 van de persoonskaart. Als geen geboortegegevens van de huwelijkspartner voorkwamen dan werd groep 03 Geboorte geheel gevuld met standaardwaarden. Groep 03 Geboorte is namelijk verplicht in categorie 05 Huwelijk. Zie voor het overige de beschrijving bij categorie 01 Persoon.
- Groep 04 Geslacht
Deze groep was nog niet opgenomen in categorie 05 omdat toen alleen huwelijken tussen personen van verschillend geslacht waren toegestaan.
- Groep 06 Huwelijkssluitingsgegevens
De gegevens met betrekking tot de huwelijkssluiting werden overgenomen vanuit vak 13 van de persoonskaart.
- Groep 07 Huwelijksontbindingsgegevens
De gegevens met betrekking tot de huwelijksontbinding werden overgenomen uit vak 14, 15 en 16 van de persoonskaart als ze daarin getypt waren. Potloodaantekeningen werden niet geconverteerd. In vak 17 werden op de persoonskaart gegevens opgenomen over de verblijfplaats van de huwelijkspartner als dat niet in dezelfde gemeente was. Gegevens uit dit vak werden niet overgenomen naar de persoonslijst.
- Groep 81 Akte en 82 Document
Bij conversie moest groep 82 Document gevuld worden met als gemeente van ontlening de gemeente die de gegevens geconverteerd heeft en de datum waarop dat gebeurd is. Als brondocument werd “PK” vermeld, vermelding “PKA” geldt alleen voor categorie 01 Persoon.
- Nieuw was de ingangsdatum geldigheid waarin de datum opgenomen moest worden waarop het geheel van gegevens in die categorie geldig was geworden.
Bij een huwelijkssluiting was dat meestal de huwelijksdatum en bij een huwelijksontbinding de datum van bijvoorbeeld het overlijden van de partner. Maar het kon ook een andere datum zijn bijvoorbeeld bij een naamswijziging van de huwelijkspartner. Dat moest dan wel herleid worden aan de persoonskaart, vaak een combinatie van vak 13 en 35. Bij de conversie was het echter ook toegestaan om hier de standaardwaarde 000 op te nemen ook als was de huwelijksdatum en/of huwelijksontbindingsdatum wel bekend. Als ook historie geconverteerd werd dan moest (met uitzondering van de oudste categorie) wel altijd een werkelijke ingangsdatum geldigheid opgenomen worden. Dit in verband met een juiste volgorde van de categorieën.
Categorie 07 Inschrijving
Deze categorie is nieuw op de persoonslijst en werd bij de conversie gevuld met een aantal gegevens.
- Groep 68 Opname
Als datum opname in de GBA werd hier de (laatste) conversiedatum ingevuld. Dit was de datum waarop de laatste gegevens geconverteerd waren. Deze datum kan afwijken van de datum ontlening aan de PK (xx.82.20) die opgenomen is in andere categorieën op de persoonslijst. Sommige gemeente vulden en bloc in alle geconverteerde persoonslijsten dezelfde datum in waarop de laatste (aanvullende) conversies en correcties gereed waren. Vanaf de datum eerste inschrijving GBA moest de persoonslijst bijgehouden worden volgens de bijhoudingsvoorschriften GBA, daarvoor waren de conversievoorschriften van toepassing.
- Groep 69 Gemeente PK
Hier werd de code ingevuld van de gemeente die de conversie uitgevoerd had. Maar als in het Tussentraject de persoonslijst (en de persoonskaart) via een vervolginschrijving naar een volgende gemeente ging dan werd de code overschreven met de code van de nieuwe vestigingsgemeente. Uiteindelijk werd hier de datum opgenomen waar de persoonskaart zich bevond op datum omslag (1 oktober 1994). En deze code kan dus afwijken van de gemeente die de conversie daadwerkelijk uitgevoerd heeft.
- Groep 70 Geheim
Bij de conversie werd hier de waarde 0 opgenomen.
- Groep 87 PK-conversie
Als de gegevens van alle kinderen (ongeacht geboortedatum) op de persoonskaart geconverteerd waren naar de persoonslijst dan werd rubriek 07.87.10 PK-gegevens volledig geconverteerd gevuld met de waarde “P”. Ook als er geen kinderen op de persoonskaart vermeld stonden werd hier de waarde “P” gevuld. Op basis van de Wet bevolkings- en verblijfsregister werden kinderen alleen opgenomen in de persoonskaart van het gezinshoofd als zij met hem/haar samenwoonden. Dat betekende bijvoorbeeld dat als een gehuwde man en vrouw samenwoonden met hun kinderen, de kinderen alleen bij de man (toen nog aangeduid als gezinshoofd) op de persoonskaart vermeld werden. Mocht bijvoorbeeld het gezinshoofd komen te overlijden dan werden alleen de nog thuiswonende kinderen overgenomen naar de persoonskaart van het nieuwe gezinshoofd (de weduwe). Bij conversie van deze kinderen naar de persoonslijst van dat nieuwe gezinshoofd werd ook de waarde “P” ingevuld in deze groep. Immers dat waren alle kinderen van de persoonskaart. Dat hoeft dus niet te betekenen dat iemand niet meer kinderen heeft, die al eerder het gezin hebben verlaten of al eerder overleden zijn. Dit is alleen te bepalen aan de hand van de persoonskaarten van beide ouders.
Categorie 08 Verblijfplaats
Verplicht was de conversie van het adres waar de persoon actueel ingeschreven was op het moment van conversie. Adreshistorie van de persoonskaart converteren was niet verplicht maar mocht wel. Als adreshistorie geconverteerd werd dan moest dit wel aaneengesloten gedaan worden vanaf het eerste adres wat men op wilde nemen. Dat hoefde niet het eerste adres van de persoonskaart te zijn maar kon bijvoorbeeld het eerste adres in de eigen gemeente zijn.
- Groep 09 Gemeente
Hier werd de gemeentecode ingevuld van de gemeente die de conversie heeft uitgevoerd. Dit werd overgenomen vanuit vak 22 van de persoonskaart. Daarin werd de gemeentenaam of voluit vermeld of in de (verplichte) afkorting voor de plaatsnaam. En daarnaast werd de datum van inschrijving in die gemeente overgenomen vanuit van 21 van de persoonskaart. Als sprake was van inschrijving in de gemeente door geboorte dan werd die datum niet apart vermeld maar nam je wel de geboortedatum op. Als de datum inschrijving in de gemeente niet te achterhalen was aan de persoonskaart, bijvoorbeeld bij geboorte in het buitenland dan werd de standaardwaarde 00-00-0000 opgenomen.
- Groep 10 Adreshouding
Als functie adres werd standaard de waarde “W” (woonadres) opgenomen. Alleen als dit vermeld was in vak 22 op de persoonskaart werd de waarde “B” (briefadres) geconverteerd. Als een straatnaam niet uniek was binnen een gemeente werd het betreffende gemeentedeel eveneens overgenomen vanuit vak 22. Veel gemeenten hebben bij alle adressen binnen de gemeente het gemeentedeel opgenomen, ook al kwam een straatnaam wel uniek voor in de gemeente. Als datum aanvang adreshouding, van het adres wat opgenomen werd, moest deze datum overgenomen worden uit van 21 van de persoonskaart. En ook hier gold bij het oudste adres dat ook de standaardwaarde 00-00-0000 opgenomen mocht worden als deze datum niet aan de persoonskaart te ontlenen was.
- Groep 11 Adres
Er werd onderscheid gemaakt in adressen met een straatnaam en huisnummer en locaties waarbij het adres niet aangeduid kon worden met een straatnaam en huisnummer. Dit werd overgenomen uit vak 22 van de persoonskaart. Straatnaam, huisnummer was voldoende. Maar dat kon eventueel aangevuld worden met een huisletter, huisnummertoevoeging of een aanduiding bij huisnummer. De postcode werd aanbevolen maar was niet verplicht. Vooral bij de conversie van adreshistorie werd de postcode niet opgenomen. Deze was namelijk niet vermeld op de persoonskaart en bestond in veel gevallen ook nog niet.
- Groep 12 Locatie
Als geen adres met een straatnaam en huisnummer opgenomen was op de persoonskaart dan werd de locatiebeschrijving overgenomen vanuit vak 22 van de persoonskaart. Deze heeft geen postcode.
- Groep 13 Emigratie
Dit gegeven kon voorkomen in adreshistorie die (niet verplicht) geconverteerd werd vanaf de persoonskaart. De datum emigratie werd overgenomen vanuit vak 21 van de persoonskaart. Het land waarnaartoe vertrokken werd overgenomen vanuit van 22 van de persoonskaart, hier werd ook af en toe afkortingen gebruikt. Op de persoonslijst werd de code gebruikt zoals opgenomen in tabel 34 Landen. Als sprake was van VOW (Vertrokken Onbekend Waarheen) op de persoonskaart dan wordt dit als land waarnaar vertrokken ‘000 Onbekend’ opgenomen. Als sprake was van een uitschrijving vanwege DIPL IMM (diplomatieke immuniteit) dan werd dit verwerkt als een emigratie naar een onbekend land
- Groep 14 Immigratie
Als iemand geboren was in het buitenland of ooit geëmigreerd en opnieuw geïmmigreerd was dan werden hier de gegevens ingevuld van de laatste immigratie. Maar alleen als deze aan de persoonskaart te ontlenen waren. Bij personen die in het buitenland geboren zijn en al vóór het ontstaan van de persoonskaart in Nederland woonden ontbreken deze gegevens vaak op de persoonskaart. In die gevallen zijn geen immigratiegegevens opgenomen. Als sprake was van NBV (Niet Bekend Vanwaar) op de persoonskaart dan wordt dit als land vanwaar ingeschreven ‘000 Onbekend’ opgenomen. Was het land vanwaar ingeschreven hetzelfde als het land van de voorliggend emigratie dan werd dit niet apart vermeld op de persoonskaart. Als sprake was van een uitschrijving vanwege DIPL IMM (diplomatieke immuniteit) en vervolgens een immigratie dan werd dit verwerkt land vanwaar ingeschreven ‘000 Onbekend’.
- Groep 72 Adresaangifte
Bij conversie werd als aanduiding de letter “A” voorgeschreven. Op de persoonskaart was namelijk niet vermeld wie er aangifte van adreswijziging had gedaan. Echter in het Tussentraject, waarbij gemeenten stap voor stap werden aangesloten op het GBA-netwerk, was het ook toegestaan een werkelijke waarde te gebruiken.
- Groep 85 Geldigheid
Nieuw was de ingangsdatum geldigheid waarin de datum opgenomen moest worden waarop het geheel van gegevens in die categorie geldig was geworden. Meestal gewoon gelijk aan de datum aanvang adreshouding. In de oudste categorie verblijfplaats was de standaardwaarde 00-00-0000 ook toegestaan.
Categorie 09 Kind
Alle kinderen die geboren waren op of ná 1 januari 1966 moesten geconverteerd worden van de persoonskaart naar de persoonslijst. Kinderen die ouder waren hoefden niet geconverteerd te worden maar een gemeente mocht dat wel doen. Kinderen werden zoveel mogelijk bij beide ouders op de persoonslijst opgenomen, hiervoor vonden ook achteraf nog aanvullende conversies plaats bij gemeenten. Uiterlijk 1 oktober 1995 moesten alle gemeenten de kinderen geboren vanaf 1 januari 1966 hebben opgenomen op de persoonslijst van beide ouders. Als alle kinderen, die opgenomen waren op de persoonskaart, geconverteerd waren naar de persoonslijst dan werd dat kenbaar gemaakt in categorie 07 Inschrijving. Rubriek 07.87.10 PK-conversie werd dan gevuld met de waarde “P”.
Op de persoonskaart werden ook stiefkinderen vermeld (in vak 32 staat dan de aanduiding “sd” of “sz”). Dat waren kinderen van de partner van het gezinshoofd. Deze mochten niet overgenomen worden in de persoonslijst van de stiefouder.
- Groep 01 Identificatienummers
Het A-nummer van het kind werd aan de persoonslijst van het kind zelf ontleend als die in dezelfde gemeente ingeschreven was. Was deze niet in dezelfde gemeente ingeschreven werd er geen A-nummer opgenomen.
- Groep 02 Naam
De naamgegevens werden geconverteerd vanuit vak 28 en 29 van de persoonskaart. Alleen bij het oudste kind werd de geslachtsnaam vermeld, bij de volgende kinderen niet. Alleen als een kind een andere geslachtsnaam had werd deze vermeld in vak 28. Die naam gold dan ook voor alle kinderen die daarna kwamen. Zie voor het overige de beschrijving bij categorie 01 Persoon.
- Groep 03 Geboorte
De geboortegegevens werden overgenomen uit vak 30 en 31 van de persoonskaart. Als geen geboortegegevens vermeld waren op de persoonskaart dan werd deze groep niet opgenomen. Deze is niet verplicht in categorie 09 Kind. Zie voor het overige de beschrijving bij categorie 01 Persoon.
- Groep 81 Akte en 82 Document
Bij conversie moest groep 82 Document gevuld worden met als gemeente van ontlening de gemeente die de gegevens geconverteerd heeft en de datum waarop dat gebeurd is. Als brondocument werd “PK” vermeld, vermelding “PKA” geldt alleen voor categorie 01 Persoon.
- Groep 85 Geldigheid
Nieuw was de ingangsdatum geldigheid waarin de datum opgenomen moest worden waarop het geheel van gegevens in die categorie geldig was geworden. Meestal gewoon gelijk aan de geboortedatum van het kind, maar het kon bijvoorbeeld ook de erkenningsdatum zijn. Ook was de standaardwaarde 00-00-0000 altijd toegestaan.
Categorie 11 Gezag
Als in vak 23 van de persoonskaart een aantekening voogdij (Vd) voorkwam of een aantekening curatele (Cur) dan werd deze geconverteerd naar de persoonslijst. Voogdij zal niet meer voorkomen op persoonslijsten gezien deze personen inmiddels al lang meerderjarig zijn.
- Groep 33 Indicatie curateleregister
Als in vak 23 op de persoonskaart de aanduiding “Cur” voorkwam dan werd de aanduiding “1” opgenomen in de persoonslijst.
- Groep 85 Geldigheid
De datum waarop het geheel van gegevens geldig was geworden was niet opgenomen op de persoonskaart, zodat hier de standaardwaarde 00-00-0000 opgenomen werd.
Categorie 12 Reisdocument
- In vak 23 van de persoonskaart werden aan de gegevens met betrekking tot de Nederlandse reisdocumenten bijgehouden. Deze werden geconverteerd naar de persoonslijst. Inmiddels is de bewaartermijn van deze reisdocumenten al lang overschreden en mogen deze reisdocumenten niet meer voorkomen op de persoonslijst.
- Ook het bezit van eventuele buitenlandse reisdocumenten werd aangetekend in vak 23 van de persoonskaart, deze zijn geconverteerd. Maar inmiddels zijn deze gegevens vervallen van de persoonslijst en mogen niet meer voorkomen in categorie 12.
Categorie 13 Kiesrecht
In vak 23 van de persoonskaart werden ook de gegevens met betrekking tot uitsluiting kiesrecht bijgehouden. Op de persoonskaart werd de aanduiding “UK” opgenomen gevolgd door de datum waarop de uitsluiting eindigde. Als er sprake was van een uitsluiting voor het leven dan werd “UKl” opgenomen. Beiden werden overgenomen naar de persoonslijst. De aanduiding “UKC” had betrekking op uitsluiting kiesrecht vanwege verlies beschikking of beheer over goederen en werd ook overgenomen naar de persoonslijst. De persoon stond dan ook altijd onder curatele.
- Groep 38 Uitsluiting kiesrecht
Indien “UK”, “UKl” of “UKC” voorkwam op de persoonskaart en er was geen einddatum opgenomen of deze was nog niet verstreken werd de aanduiding “A” opgenomen op de persoonslijst.
- Groep 82
Bij conversie moest groep 82 Document gevuld worden met als gemeente van ontlening de gemeente die de gegevens geconverteerd heeft en de datum waarop dat gebeurd is. Als brondocument werd “PK” vermeld, vermelding “PKA” geldt alleen voor categorie 01 Persoon.
- Groep 85
De datum waarop het geheel van gegevens geldig was geworden was niet opgenomen op de persoonskaart, zodat hier de standaardwaarde 00-00-0000 opgenomen werd.
Categorie 15 Afnemersaantekeningen
- Deze categorie komt niet meer voor in de persoonslijst en was de voorloper van categorie 14 Afnemersindicatie.
- De afnemersaantekeningen werden geconverteerd vanaf de persoonskaart, meestal uit vak 23, maar ook uit bijvoorbeeld vak 6. Hierin waren aantekeningen opgenomen met betrekking tot bijvoorbeeld pensioenen, bedrijfsverenigingen, kerkelijke gezindte en de Sociale Verzekeringsbank.
- Toen later de verschillende afnemers gingen toetreden tot de GBA werden de meeste van deze afnemersaantekeningen omgezet in een afnemersindicatie in categorie 14. Uiteindelijk zijn de laatste afnemersaantekeningen definitief verwijderd van de persoonslijsten en komt deze categorie niet meer voor.
Actualiseringen rondom omslagmoment
Op 1 oktober 1994 ging de Wet GBA in werking. Dat wordt ook wel de “Datum omslag” genoemd. Vanaf die datum werd de persoonskaart niet meer bijgehouden. Gemeenten werd ook geadviseerd zoveel mogelijk achterstanden weg te werken vóór 1 oktober 1994 maar het was niet te voorkomen dat rechtsfeiten van vóór het omslagmoment pas na die datum verwerkt konden worden. Denk daarbij aan een overlijden vóór 1 oktober 1994 waarbij de aangifte van overlijden pas ná die datum gedaan werd. Er zijn daarbij een aantal aandachtspunten voor de manier waarop de persoonslijst aangelegd of bijgewerkt moest worden.
1. Persoon overlijdt vóór het omslagmoment, maar de akte wordt pas ná het omslagmoment verwerkt.
- Op 1 oktober maakte de persoonslijst deel uit van de GBA en deze blijft daarin opgenomen.
- In de persoonslijst wordt het overlijden verwerkt en de persoonslijst wordt opgeschort per datum overlijden (die datum ligt dus vóór 1 oktober 1994).
- Deze situatie kan zich ook nog voordoen ver ná het omslagmoment als bijvoorbeeld een akte van overlijden uit het buitenland lang op zich heeft moeten laten wachten of in geval van lijkvinding of rechtsvermoeden van overlijden.
2. Persoon doet aangifte van emigratie vóór het omslagmoment, maar de aangifte wordt pas ná het omslagmoment verwerkt.
- Op 1 oktober maakte de persoonslijst deel uit van de GBA en deze blijft daarin opgenomen.
- In de persoonslijst wordt de emigratie verwerkt en de persoonslijst wordt opgeschort per datum aangifte emigratie (die datum ligt dus vóór 1 oktober 1994).
3. Persoon doet aangifte van immigratie vóór het omslagmoment, maar de aangifte wordt pas ná het omslagmoment verwerkt.
- Er is nog geen persoonslijst maar ook geen persoonskaart. Deze laatste wordt ook niet meer aangelegd.
- De vestiging wordt afgehandeld volgens de GBA-voorschriften die vanaf 1 oktober 1994 geldig waren. Dus als brondocument mocht bijvoorbeeld niet meer de aanduiding “PK(A)”gebruikt worden.
- De rubrieken 07.68.10 (datum eerste inschrijving GBA), 08.09.20 (datum inschrijving in de gemeente), 08.10.30 (datum aanvang adreshouding), 08.14.20 (datum vestiging in Nederland) en 08.85.10 (ingangsdatum geldigheid) werden gevuld met de datum aangifte (vóór 1 oktober 1994).
4. Persoon doet aangifte van vertrek naar andere gemeente vóór het omslagmoment, maar meldt zich pas ná het omslagmoment in de nieuwe gemeente. De persoonskaart is door de vestigingsgemeente vóór het omslagmoment ontvangen.
- Op het moment van de aangifte is het Besluit Bevolkingsboekhouding nog van kracht. De persoonskaart is door de vertrekgemeente bijgewerkt aan de vestigingsgemeente gestuurd en de betreffende persoon heeft een verhuiskaart ontvangen die ingeleverd moet worden bij de vestigingsgemeente.
- Als de vestigingsgemeente de verhuiskaart heeft ontvangen vragen ze de persoonslijst op in de vertrekgemeente door middel van de berichtencyclus “Intergemeentelijke verhuizing”. Als de vertrekgemeente vóór 1 oktober 1994 nog niet op het GBA-netwerk was aangesloten zie dan punt 7 voor de werkwijze.
- De datum 08.09.20 (datum inschrijving in de gemeente), 08.10.30 (datum aanvang adreshouding), en 08.85.10 (ingangsdatum geldigheid) werden gevuld met de datum aangiftedatum in de vertrekgemeente (vóór 1 oktober 1994).
- De persoonskaart wordt opgeslagen in de vestigingsgemeente.
5. Persoon doet aangifte van vertrek naar andere gemeente vóór het omslagmoment, maar meldt zich pas ná het omslagmoment in de nieuwe gemeente. De persoonskaart wordt door de vestigingsgemeente ná het omslagmoment ontvangen.
- De vestigingsgemeente krijgt in dit geval pas ná de omslagdatum kennis van de vestiging en op het moment van omslag was de persoonskaart nog niet aanwezig in de nieuwe gemeente. De verhuizing moet afgehandeld worden volgens de GBA-regelgeving. De vestigingsgemeente start de berichtencyclus “Intergemeentelijke verhuizing” en vraagt de persoonslijst op in de vertrekgemeente.
- De datum 08.09.20 (datum inschrijving in de gemeente), 08.10.30 (datum aanvang adreshouding), en 08.85.10 (ingangsdatum geldigheid) werden gevuld met de datum aangiftedatum in de vertrekgemeente (vóór 1 oktober 1994).
- De persoonskaart wordt opgeslagen in de vertrekgemeente. Mocht de vestigingsgemeente deze toch ontvangen hebben dan sturen zij die terug aan de vertrekgemeente.
In bovenstaande situaties wordt ervan uitgegaan dat beide gemeenten al aangesloten waren op het GBA-netwerk vóór de omslagdatum. Maar er waren ook gevallen waarbij dat voor één of beide betrokken gemeenten nog niet het geval was. Daarbij zijn er gevallen die bijzondere aandacht verdienen.
6. Toevallige geboorte vindt plaats vóór het omslagmoment maar één van de betrokken gemeenten is nog niet aangesloten op het GBA-netwerk
- Bij een toevallige geboorte onder het Besluit Bevolkingsboekhouding werd de persoonskaart aangelegd door de geboortegemeente en toegestuurd aan de gemeente van inschrijving. Onder de regelgeving GBA wordt door de geboortegemeente een kennisgeving in de vorm van een Tb01-bericht verstuurd aan de inschrijvingsgemeente.
- In deze situatie moet de toegezonden persoonskaart gezien worden als een kennisgeving in de vorm van een Tb01-bericht en moet de persoonslijst op basis van deze kennisgeving worden aangelegd.
7. De aangifte van vertrek vindt plaats vóór het omslagmoment, de bijgewerkte PK wordt opgestuurd aan de vestigingsgemeente die deze ontvangt ná het omslagmoment. Eén van de betrokken gemeenten is op het moment van vertrek nog niet aangesloten op het GBA-netwerk.
- De persoonslijst kan niet opgevraagd worden door de vestigingsgemeente in de vetrekgemeente. In dit geval moet er door de vestigingsgemeente nog een conversie plaatsvinden van de persoonskaart naar de persoonslijst.
- In rubriek 07.68.10 (Datum inschrijving in de GBA) werd de datum van conversie (die ligt dus ná 1 oktober 1994) ingevuld terwijl de rubrieken 08.09.20 (datum inschrijving in de gemeente), 08.10.30 (datum aanvang adreshouding), en 08.85.10 (ingangsdatum geldigheid) gevuld werden met de datum aangiftedatum in de vertrekgemeente (vóór 1 oktober 1994).
- De persoonskaart werd opgeborgen in het archief van de vestigingsgemeente.
Voorgeschreven afkortingen op de PK
Vanwege de beperkte ruimte op persoonskaarten werden sommige (veelvoorkomende) gemeentenamen afgekort. Met uitzondering van vak 4 want daarin werd de geboorteplaats altijd voluit geschreven. Ook in vak 22 werden een aantal verplichte afkortingen gebruikt en in vak 23 waarin de afnemeraantekeningen onder andere werden vermeld. In het verleden zijn er ook aantekeningen geplaatst die later (vóór de conversie) al niet meer in gebruik waren, zoals PB wat stond voor een persoonsbewijs in de Tweede Wereldoorlog.
Gemeentenamen en verplichte afkortingen
Amsterdam | Asd |
Apeldoorn | Ap |
Arnhem | Ah |
Breda | Bd |
Dordrecht | Dordt |
Eindhoven | Ehv |
Enschede | Esd |
’s-Gravenhage | Gv |
Groningen | Gron |
Haarlem | Hlm |
’s-Hertogenbosch | ’s Bosch |
Hilversum | Hvs |
Leiden | Ledn |
Maastricht | Mt |
Nijmegen | Nmg |
Rotterdam | Rt |
Tilburg | Tb |
Utrecht | Ut |
Zaanstad | Zst |
Andere verplichte afkortingen in andere vakken
Aangewezen ambtenaar | AA |
Centraal persoonsregister | CPR |
Diplomatieke immuniteit | DIPL IMM |
Dubbelopneming | DUBB OPN |
Niet Bekend Vanwaar | NBV |
Overleden (geen akte) | OVERL GA |
Toevallige geboorte | TOEV GEB |
Vertrokken Onbekend Waarheen | VOW |
Betekenis afkortingen in vak 23 van de persoonskaart
In veel gevallen werd de afkorting nog gevolgd door een nadere aanduiding, nummer of een datum, al dan niet getypt. Met name bij reisdocumenten werd het vervolg na de afkorting met potlood vermeld en overschreven bij vernieuwing van het document.
AMF | Algemeen Mijnwerkersfonds |
BP | Pensioen Buitengewone Pensioenraad |
BV | Bedrijfsvereniging |
BZ | Uitkering ingevolge titel III van de Wet op de noodwachten |
Cur | Curator |
D | Decoratie (Nederlandse) |
Dpl | Dienstplicht |
DVr | Decoratie (Vreemd) |
NWG | Noodwachter Bescherming Bevolking (gemeentelijk) |
NWP | Noodwachter Bescherming Bevolking (provinciaal) |
NWR | Noodwachter Bescherming Bevolking (rijk) |
NWV | Verplichte noodwacht |
Pas | Paspoort Nederlands |
PasC | Paspoort Nederlands, collectief |
PasCm | Paspoort Nederlands, collectief bij moeder |
PasCv | Paspoort Nederlands, collectief bij vader |
PasCstm | Paspoort Nederlands, collectief bij stiefmoeder |
PasCstv | Paspoort Nederlands, collectief bij stiefvader |
PasCvd | Paspoort Nederlands, collectief bij voogd |
Pasgew | Paspoort geweigerd |
Pas Vr | Buitenlands paspoort voor een vreemdeling |
PE | Pensioen Erediensten |
PI | Pensioen Stichting Administratie Indonesische Pensioenen |
PL | Pensioen Landmacht |
PLK | Pleegkind |
PNS | Pensioen Nederlandse Spoorwegen |
PP | Pensioen Algemeen Burgerlijke Pensioenfonds |
PS | Pensioen Scheepvaart |
PZ | Pensioen Zeemacht |
RA of RA NU | Raad van Arbeid |
RVB of SVB | Sociale Verzekeringsbank |
SZ | Aanduiding vordering Sociale Zaken |
TCur | Toeziend Curator |
TK | Identiteitskaart (Toeristenkaart) B |
TKgew | Identiteitskaart (Toeristenkaart) B geweigerd |
TKI | Identiteitskaart (Toeristenkaart) C |
TKIgew | Identiteitskaart (Toeristenkaart) C geweigerd |
TVd | Toeziend voogd |
UK | Uitsluiting kiesrecht |
Vd | Voogd |
VR of RvK | Raad voor de Kinderbescherming |
Vwp | Vuurwapen |
WR | Werkmap Rijtijdenwet |
Betekenis afkortingen in vak 35 van de persoonskaart
Vak 35 (achterkant) van de persoonskaart werd gebruikt als ‘overloop’ als er geen ruimte meer was in het daarvoor bedoelde vak. Bijvoorbeeld als er meer dan 2 (ontbonden) huwelijken waren of als er geen nieuwe adressen meer toegevoegd konden worden. Als ook vak 35 vol was dan kon een tweede persoonskaart vastgemaakt worden aan de originele en kon men daarop verder werken.
In vak 35 van de persoonskaart konden ook veel verschillende vermeldingen/toelichtingen geplaatst worden. Vaak werd vanaf andere vakken (aan de voorkant van de persoonskaart) hiernaar verwezen (zie 35). Hier werden bijvoorbeeld de gegevens met betrekking tot een erkenning of een adoptie opgenomen. De teksten werden zoveel mogelijk afgekort in verband met de beschikbare ruimte. Hier werden bijvoorbeeld ook aantekeningen geplaatst met betrekking tot verlies Nederlanderschap. Sommige van deze aantekeningen bevatten privacygevoelige informatie.