Overslaan en naar de inhoud gaan
Naslagwerk

Handreiking Adresonderzoek LAA

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Handreiking Adresonderzoek LAA

Een gemeente kan onderzoek doen om vast te stellen of een persoon woont waar deze staat ingeschreven. Het doel van dit adresonderzoek is het verbeteren van de kwaliteit van de Basisregistratie Personen (BRP), incorrecte inschrijvingen voorkomen en het signaleren van sociale problematiek.

Ben je als professional betrokken bij adresonderzoek? Dan biedt deze handreiking ondersteuning bij de uitvoering van een adresonderzoek naar aanleiding van een LAA-signaal. Je vindt adviezen bij het doen van vooronderzoek, het afleggen van huisbezoeken en de afronding van het LAA-signaal.

Volledige informatie over adresonderzoek is terug te vinden in de herziene Circulaire Adresonderzoek.

Het belang van de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

De juistheid en volledigheid van BRP-inschrijvingen is voor zowel de betrokken burger als voor de overheid van groot belang. Met een onjuist woonadres is iemand minder goed zichtbaar voor de overheid. Zo kan iemand sociale voorzieningen mislopen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bijhouding van de BRP. Deze bijhoudingstaak staat omschreven in de Wet BRP hoofdstuk 2, afdeling 1 ‘De bijhouding van de basisregistratie’ (Artikel 1:4 juncto / in samenhang met artikelen 2:1 en verder van de Wet BRP).

De Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) is wettelijk vastgelegd in de Wet BRP. Zo wordt het onderzoek naar de juistheid van de adresgegevens een vast onderdeel van de dienstverlening rond de BRP. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is verantwoordelijk voor de uitvoering van LAA.

De minister van BZK ontwikkelt voor LAA profielen en zet deze als signalen uit naar gemeenten. Een signaal is een adresgegeven waarvan het vermoeden bestaat dat de registratie van personen op dat adres onjuist is. Op basis van het signaal kan de gemeente besluiten een adresonderzoek in te stellen.

Aan de slag met LAA

Gemeenten ontvangen de signalen van de minister via de Webapplicatie LAA (WALAA). Na ontvangst van een signaal is de gemeente verplicht om zo snel mogelijk aan de minister te melden hoe er opvolging is gegeven aan het signaal. Artikel 2.37 e wet BRP juncto / in samenhang met artikel 28 f besluit basisregistratie personen.

  1. Binnen vier weken dient de gemeente aan te geven of het signaal aanleiding is geweest voor een aanpassing in de BRP of dat de Persoonslijst (PL) op het adres ‘in onderzoek’ is geplaatst. Ook als er geen opvolging wordt gegeven aan het signaal dient de gemeente dit te melden aan de minister.
  2. Binnen zes maanden dient het onderzoek afgerond te zijn. De gemeente geeft de informatie uiterlijk binnen zes maanden door aan de minister.

Signalen worden na zes maanden verwijderd uit de WALAA. In de WALAA blijven de signalen wel zichtbaar in de ‘Monitor’.

Wil je meer weten over de WALAA? Raadpleeg dan de gebruikershandleiding.

LAA-methodiek

LAA-signalen doorlopen doorgaans drie onderzoeksfasen: vooronderzoek, huisbezoek en afronding.
Hieronder staan we stil bij de drie fasen van onderzoek en lichten we toe wat er bij onderzoek van en LAA-signaal van gemeenten verwacht wordt.

Vooronderzoek

Door een gedegen vooronderzoek voorkom je overbodig huisbezoek en kom je goed voorbereid aan de deur.

Het vooronderzoek is de eerste stap in een LAA-onderzoek. Nieuw geleverde signalen hebben in de WALAA de status ‘Gereed voor vooronderzoek’ en wachten op inhoudelijke beoordeling. In het vooronderzoek controleer je signalen op juistheid en actualiteit. Dit doe je door binnen de beschikbare bronnen te zoeken naar informatie over het adres en/of de ingeschrevenen op het adres. Een aantal voorbeelden waaruit een vooronderzoek kan bestaan:

  • Je ziet bijzonderheden in de historische inschrijvingen op het BRP-adres. Er is sprake van een terugkerend patroon, een opvallende samenstelling of een hoge mutatiegraad op de PL.
  • Je gaat op zoek naar contactgegevens van de betrokkene.
  • Je controleert of het BRP-adres bij andere diensten binnen jouw gemeente bekend is. Denk bijvoorbeeld aan het sociaal domein. Mogelijk zijn er sociale of maatschappelijke problemen waar je rekening mee kunt houden bij je onderzoek.

Internetonderzoek kan ook onderdeel zijn van het vooronder- zoek, raadpleeg hiervoor de handreiking Internetonderzoek. Deze opsomming is niet uitputtend, er zijn wellicht andere onderdelen te benoemen.

Ben je na het vooronderzoek overtuigd dat de registratie in de BRP klopt? Dan kun je besluiten om geen huisbezoek af te leggen en het signaal af te sluiten. Je zorgt voor een terugkoppeling aan de minister door het onderzoek af te ronden in de WALAA.

Huisbezoek

Het huisbezoek voer je uit als er op basis van het vooronderzoek nog twijfel bestaat over de BRP-registratie op het adres. Na ontvangst van de signalen leg je zo snel mogelijk het huisbezoek af, dan is de informatie immers nog actueel. Zorg ook dat je de wettelijke termijn van vier weken niet uit het oog verliest.
Binnen deze termijn geef je aan of het signaal aanleiding is geweest voor een aanpassing in de BRP of dat de PL ‘in onderzoek’ is geplaatst.

Een aantal tips waarmee je bij het uitvoeren van een huisbezoek rekening kunt houden:

  • Ga na of de volgens de BRP ingeschreven personen op het adres daar daadwerkelijk wonen.
  • Laat de bewoner zelf vertellen wie er op het adres wonen.
  • Als huisbezoeken worden uitgevoerd door een externe toezichthouder, zorg er dan voor dat zij op de hoogte zijn van de op LAA van toepassing zijnde handreikingen.
  • Beoordeel of het aannemelijk is dat de omschreven situatie overeenkomt met de feitelijke situatie op het adres.
  • Als de betrokkene vraagt naar de aanleiding van het onder- zoek kun je verwijzen naar LAA-profielen. Deze zijn openbaar en te raadplegen via de website van RvIG.
  • Neem altijd een blanco verhuisformulier mee. Hiermee kunnen personen die al op het adres wonen en niet op het adres geregistreerd staan, direct hun verhuizing aan de gemeente doorgeven.
  • Staat iemand ingeschreven op het adres maar woont diegene daar niet (meer)? Probeer dan de contactgegevens van de persoon op te vragen bij de huidige bewoner. Gebruik deze informatie voor het vervolgadresonderzoek.
  • Zorg voor samenwerking met andere afdelingen. Samen weet je meer en kun je de betrokkene beter van dienst zijn. Voor het opzetten van een binnengemeentelijke samenwerking kun je de Handreiking Binnengemeentelijke Samenwerking raadplegen.
  • Het kan voorkomen dat je achter de voordeur situaties aantreft waar je zorgen over hebt. Denk aan sociale problematiek, zoals verwaarlozing, eenzaamheid, huiselijk geweld of schuldenproblematiek. Zorg dat je gebruikmaakt van de binnengemeentelijke samenwerking die je hebt opgezet en trek aan de bel.
  • Is iemand niet thuis? Probeer dan de volgende keer op een ander tijdstip langs te gaan.

Afronding

Na het huisbezoek heb je meer kennis over de feitelijke situatie op een adres. Je kunt nu aan de slag met de afronding van het LAA-signaal. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat het adresonderzoek is afgerond:

  • Een conclusie van het huisbezoek kan zijn dat er twijfel bestaat over de registraties op het adres. In dat geval plaats je de aantekening ‘In onderzoek’ op de PL van de betreffende persoon. Je koppelt dit terug aan de minister via de WALAA.
  • Breng relevante afdelingen binnen de gemeente op de hoogte van je bevindingen. Houd hierbij wel rekening met wet- en regelgeving. Voor tips kun je de Handreiking Binnengemeentelijke Samenwerking raadplegen.
  • Er kan sprake zijn van sociale problematiek of een onaanvaard- bare woonsituatie. Schakel in dat geval met de verantwoorde- lijke afdeling binnen de gemeente. Door te signaleren en aan de bel te trekken kan de betrokkene sneller geholpen worden.
  • Het is mogelijk dat een op het adres aangetroffen persoon in aanmerking komt voor een briefadres.
  • Verwerk BRP-mutaties naar aanleiding van het adresonder- zoek zo snel mogelijk en rapporteer in de WALAA over het resultaat van het adresonderzoek.
  • Een LAA-signaal dient binnen zes maanden na ontvangst afgerond te zijn. Je doet dit in de WALAA.

Handreiking Adresonderzoek in pdf

Delen

Naslagwerk

Paspoort of Nederlandse identiteitskaart afgegeven in buitenland

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Paspoort of Nederlandse identiteitskaart afgegeven in buitenland

Nederlanders die in het buitenland hebben gewoond, hebben vaak een paspoort of Nederlandse identiteitskaart (NIK) die is uitgegeven buiten Nederland. Gemeenten moeten dit document op de persoonslijst opnemen.

Categorie 12 actualiseren

Rubriek 12.35.40

Bij het opnemen van de reisdocumentgegevens op de persoonslijst registreer je in rubriek 12.35.40 de autoriteit van afgifte Nederlandse reisdocument:

  • Als het document na 9 maart 2014 in het buitenland is afgegeven is dit altijd: BU0518 (minister van Buitenlandse Zaken 's-Gravenhage).
  • In alle andere gevallen vul je dit in volgens tabel 49.

Rubriek 12.82.30

Verstrekt door een ambassade of consulaat

Als het reisdocument in het buitenland door een ambassade of consulaat is verstrekt, wordt in de BRP in rubriek 12.82.30 (Beschrijving dossier waarin de aanvullende paspoortgegevens zich bevinden) de omschrijving zoals deze op de houderpagina van het reisdocument staat vermeld.

Verstrekt door Buitenlandse Zaken

Is het reisdocument in het buitenland door de minister van Buitenlandse Zaken verstrekt? Dan wordt dit in rubriek 12.82.30 als volgt vermeld: CSO-RD + locatiecode van de uitgiftelocatie. Bijvoorbeeld: CSO-RD locatiecode 9155.094.

Let erop dat je bij de eerste inschrijving en vervolginschrijving aan de balie de chip van het reisdocument uitleest om te bepalen wat de uitgiftelocatie is.

Locatiecodes CSO-clusters (Consulaire Service Organisatie)

Er is een overzicht beschikbaar van de locatiecodes van de CSO-clusters.

Chip in paspoort en Nederlandse identiteitskaart

Op de chip in het paspoort en de NIK staat het nummer van de uitgiftelocatie. De chip wordt met behulp van het aanvraagstation uitgelezen. In de handleiding van het aanvraagstation staat hoe je de chip uitleest.

Kennisgevingen reisdocumenten

De posten in het buitenland plaatsen een stempel in de kennisgeving reisdocumenten bij de ondertekening. Als je voor het opnemen van het reisdocument gebruik maakt van de kennisgeving kun je aan de hand van de stempel bepalen welke uitgiftelocatie in het buitenland het document heeft verstrekt.

Delen

Naslagwerk

Aandachtspunten bij het opnemen van vingerafdrukken

Wat kun je vinden op deze pagina?

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Aandachtspunten bij het opnemen van vingerafdrukken

Op deze pagina vind je tips en aandachtspunten bij het opnemen van vingerafdrukken.

  • Maak de vingerafdruklezer met een droog (microvezel) doekje schoon na elke vinger.
Image
Deze afbeelding laat zien waarmee een vingerafdruklezer schoongemaakt mag worden
  • Plaats de vingerafdruklezer altijd op een vlakke ondergrond.
Image
Deze afbeelding laat zien dat een vingerafdruklezer op een vlakke ondergrond geplaatst moet worden
  • Laat de vinger neerleggen als het lampje van de vingerafdruklezer rood brandt.
Image
Deze afbeelding laat zien dat een vingerafdruklezer niet werkt als er een rood lampje brandt
  • Maak alleen vingerafdrukopnamen van vingers zonder sieraden in verband met krasgevoeligheid.
Image
Deze afbeelding laat zien dat het niet toegestaan is om sieraden om je duim te dragen als je een vingerafdruk laat afnemen

 Laat de vinger tegen de bovenrand van de vingerafdruklezer neerleggen.De ideale hoogte voor de afname is op het niveau van de elleboog.

Image
Deze afbeelding laat zien hoe een vinger neergelegd moet worden om een goede vingerafdruk te kunnen maken
  • Laat de vinger plat en recht neerleggen op de vingerafdruklezer.
Image
Deze afbeelding laat zien hoe een vinger neergelegd moet worden als er een vingerafdruk gemaakt wordt
  •  Laat de duim plat en recht neerleggen op de vingerafdruklezer.
Image
Deze afbeelding laat zien hoe een duim goed neergelegd wordt om een vingerafdruk te nemen

Extra aandachtspunten en tips

  • Controleer visueel de vingertoppen van de burger op tekenen van prothesen, valse vingerafdrukken of schade die opzettelijk kan zijn.
  • Controleer of de burger geen vingers onjuist, noch opzettelijk, noch onopzettelijk presenteert, vingers of handen verwisselt, dezelfde vingers tweemaal laat opnemen.
  • Als de burger niet in staat is om de vingerafdruk alleen te laten opnemen, help de persoon en zorg ervoor dat andere hulppersonen/ begeleiders (bijv. ouders van kinderen) een bepaalde afstand tot de vingerafdrukscanner bewaren.
  • Zorg ervoor dat de burger voldoende neerwaarts druk uitoefent, zodat de vingerafdrukafbeelding duidelijk zichtbaar is, maar niet tot het punt dat de papillairlijnen worden vergroot of het beeld te donker wordt.
  • Controleer of de burger de vingers stil op de plaat houdt en ze niet verplaatst totdat daarom wordt gevraagd.
  • Bij droge vingers kan het helpen om de vinger over het voorhoofd te wrijven. Een vinger kan ook te vochtig zijn. Zorg dan dat deze eerst droog genoeg wordt.
  • Er moeten voorzieningen beschikbaar zijn voor de burger om hun handen schoon te maken. Vuile vingers (stof, cement enzovoorts) verslechteren de kwaliteit van het vastgelegde vingerafdrukbeeld.
  • Zorg ervoor dat er vocht inbrengende crème, papieren handdoeken en handdesinfectiemiddel aanwezig zijn om te droge of vochtige vingers te voorkomen die de beeldkwaliteit kunnen verlagen.
  • Biedt gemakkelijke toegang tot de scanner, zodat de burger gemakkelijk de vingers en duimen erop kan plaatsen.
  • Zorg ervoor dat de scanner correct is gemonteerd om beweging tijdens de afname te voorkomen.
  • Plaats de scanner niet in de buurt van een verlichtingsbron.
  • Zorg ervoor dat de kamertemperatuur waarin de scanner is geplaatst zich binnen het optimale temperatuurbereik (18 t/m 25 graden celcius) bevindt om grote temperatuurverschillen tussen het scanneroppervlak en de vingers te voorkomen, wat kan leiden tot een aureool op het opnameresultaat.

 

Delen

Naslagwerk

Zelfevaluatie reisdocumenten

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Zelfevaluatie reisdocumenten

Jaarlijks voeren de gemeenten, aangewezen gemeenten en de openbare lichamen (Bonaire, Sint-Eustatius en SABA) een onderzoek uit naar de inrichting, werking en beveiliging rondom Reisdocumenten. Dit doen ze door middel van een zelfevaluatie. De uitvoering van deze zelfevaluatie is wettelijk verplicht (artikel 94 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001). Op deze pagina vind je meer informatie over de zelfevaluatie en de procedure.

Vragenlijsten

De vragenlijst van het onderzoek naar de inrichting, werking en beveiliging van het Reisdocumentenproces bestaat uit 2 soorten vragen:
Domeinvragen zijn specifieke vragen die over de Reisdocumenten-processen gaan. De gemeenten, aangewezen gemeenten en de openbare lichamen vullen de domeinvragen in via de Kwaliteitsmonitor.

De ingevulde antwoorden worden in de Kwaliteitsmonitor opgeslagen. De (tussentijdse) resultaten zijn in te zien in het onderdeel 'Processen'. De antwoorden kunnen door de gemeente gewijzigd worden totdat ze definitief zijn gemaakt. De uiterste datum voor het afronden van het onderzoek en het definitief maken in de Kwaliteitsmonitor is 31 december. Gemeenten kunnen de ingevulde vragenlijst openen als Excel-bestand. Bijvoorbeeld om een verbeterplan te maken.

Informatieveiligheidsvragen gaan over de inrichting en beveiliging van de systemen waarin de reisdocumentengegevens worden opgeslagen. Alle informatieveiligheidsvragen van de zelfevaluatie Reisdocumenten worden vanaf 1 juli door de gemeenten beantwoord via de tool van Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA)

Voor de aangewezen gemeenten worden geen afzonderlijke informatieveiligheidsvragen opgenomen. Voor de openbare lichamen (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) blijven de vragen over informatiebeveiliging in de kwaliteitsmonitor opgenomen.

Definitief maken vragenlijsten

Vanaf 1 december kunnen de vragenlijsten definitief gemaakt worden in de kwaliteitsmonitor. De deadline voor het invullen en definitief maken van alle vragenlijsten is 31 december. De ondertekende uittreksels met de uitkomsten van de zelfevaluaties moeten uiterlijk 30 april worden verstuurd. Voor de gemeenten, de aangewezen gemeenten en de openbare lichamen is dit aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Jaarlijkse planning

De planning van de hele procedure is in onderstaand schema weergegeven:

Datum     Mijlpalen onderzoek
1-jul Vragenlijst Reisdocumenten domeinvragen is beschikbaar in de Kwaliteitsmonitor (voor gemeenten, aangewezen gemeenten en openbare lichamen). De vragenlijst Reisdocumenten over informatiebeveiligingsvragen is beschikbaar in de ENSIA-tool (alleen voor gemeenten)
1-dec De vragenlijst Reisdocumenten kan definitief gemaakt worden
31 december                           Deadline voor definitief maken vragenlijsten Reisdocumenten (KWM) en deadline voor definitief maken vragenlijsten Reisdocumenten (ENSIA-tool)
Na 15 januari Mogelijkheid om uittreksel en managementrapportage te genereren
30-apr Deadline voor het toesturen van de uittreksels aan RvIG

Managementrapportage

De Kwaliteitsmonitor maakt vanaf 15 januari ook een managementrapportage van de domeinresultaten. Deze is beschikbaar in het onderdeel ‘Historische gegevens’ en op de pagina waar de vragenlijst definitief moet worden gemaakt in de Kwaliteitsmonitor. Per onderwerp wordt aangegeven op welke punten verbetering mogelijk is. Dit wordt getoond als actiepunten. Er zijn 2 typen actiepunten: Deze moeten voldoen aan de wettelijke norm en actiepunten die een aanbeveling bevatten. Het is mogelijk om in de Kwaliteitsmonitor de eigen resultaten te bekijken.  Dit kan vanaf het moment dat het uittreksel en de managementrapportage gemaakt kunnen worden.

Analyse van de resultaten

Nadat de gemeenten de zelfevaluatie definitief hebben ingediend, analyseert RvIG de resultaten. Uit deze analyse ontstaat een beeld van de inrichting, de beveiliging en de verwerking van gegevens van de Reisdocumenten. Op basis van het landelijke beeld bepaalt het ministerie van BZK de acties die het jaar na de evaluatie worden ondernomen om de kwaliteit van het proces Reisdocumenten waar nodig te kunnen verbeteren.

Nader onderzoek door de minister

De minister voert jaarlijks een nader onderzoek uit naar de uitvoering van de zelfevaluatie Reisdocumenten. De gemeenten die voor een nader onderzoek geselecteerd worden, ontvangen daarvan bericht.

Toelichting uploaden uittreksels

De uittreksels ENSIA voor de BRP en Reisdocumenten hoeven niet meer afzonderlijk te worden geüpload. Deze vul je zelf aan met de ENSIA-resultaten. Deze twee uittreksels moeten ondertekend worden geüpload in de kwaliteitsmonitor.

Delen

Naslagwerk

Tarieven reisdocumenten

Tarieven reisdocumenten

Voor paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten gelden maximumtarieven. Er gelden aparte tarieven voor bijvoorbeeld nooddocumenten en spoedleveringen. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de Rijksministerraad.

Op deze pagina vind je onder andere de tarieven voor gemeenten binnen Europees Nederland, Caribische landen en openbare lichamen en aangewezen gemeenten. Ook de kosten voor het bezorgen van een reisdocument staan op deze pagina.

Tarieven 2026

Tarieven in artikel 6 Besluit paspoortgelden Gemeenten binnen Europees Nederland

De tarieven die gemeenten afdragen aan het Rijk en de Maximumtarieven die gemeenten in rekening mogen brengen bij de aanvrager:

(Maximum)tarieven voor personen jonger dan 18 jaar (Reisdocument 5 jaar geldig)

Artikel 6 tarieven per document

Rijk

Gemeente (maximum)

Tarief (maximum)

Nationaal paspoort, zakenpaspoort, vluchtelingen-, vreemdelingen- en

faciliteitenpaspoort

 

          28,05

 

                           39,00

 

                          67,05

Nederlandse Identiteitskaart

            8,85

                           34,35

                          43,20

Spoedlevering

          60,30

                                 -

                          60,30

 

(Maximum)tarieven voor personen van 18 jaar of ouder (Reisdocument 10 jaar geldig)

Artikel 6 tarieven per document

Rijk

Gemeente

(maximum)

Tarief 

(maximum)

Nationaal paspoort, zakenpaspoort en faciliteitenpaspoort

 

          49,65

 

                           39,00

 

                          88,65

Nederlandse Identiteitskaart

          45,80

                           34,30

                          80,10

Spoedlevering

          60,30

                                 -

                          60,30

Caribische landen en openbare lichamen

De tarieven die Caribische landen en openbare lichamen (dit zijn de BES- eilanden) afdragen aan het Rijk en de maximumtarieven die de openbare lichamen in rekening mogen brengen bij de aanvrager:

(Maximum)tarieven voor personen jonger dan 18 jaar (Reisdocument 5 jaar geldig)

Artikel 6 tarieven per document

Rijk  (maximum)

Openbaar lichaam (maximum)

Tarief 

Nationaal paspoort, zakenpaspoort, vluchtelingen-, vreemdelingen- en faciliteitenpaspoort

USD 31,70
ANG 56,75
AWG 56,75

 

USD 89,90

 

USD 121,60

Nederlandse Identiteitskaart

USD 10,00

USD 73,75  

USD 83,75

 (Maximum)tarieven voor personen van 18 jaar of ouder (Reisdocument 10 jaar geldig)

Artikel 6 tarieven per document

Rijk (maximum)

Openbaar lichaam (maximum)

Tarief 2026

 

Nationaal paspoort en zakenpaspoort

 USD 56,10
ANG 100,45
AWG 100,45

 

 

USD 90,45

 

USD 146,55

Nederlandse Identiteitskaart

USD 51,80

USD 74,10

USD 126,50

 

Aangewezen gemeenten

De tarieven die de aangewezen gemeenten (grensgemeenten) aan het Rijk afdragen en de maximumtarieven die deze aangewezen gemeenten in rekening mogen brengen bij de aanvrager wanneer deze niet in Nederland woont:

(Maximum)tarieven voor personen jonger dan 18 jaar (Reisdocument 5 jaar geldig)

Artikel 6 tarieven per document

Rijk

Gemeente (maximum)

Tarief (maximum)

Nationaal paspoort, zakenpaspoort, vluchtelingen-, vreemdelingen- en faciliteiten paspoort

 €28,05

 € 84,05

€ 112,10

 Nederlandse Identiteitskaart

 

 

€ 8,85

 

 

€ 83,15

 €92,00
USD 104,00
ANG 186,15
AWG 186,15

 

 (Maximum)tarieven voor personen van 18 jaar of ouder (Reisdocument 10 jaar geldig)

Artikel 6 tarieven per document

Rijk (maximum)

Gemeente (maximum)

Tarief

Nationaal paspoort, zakenpaspoort, vluchtelingen-, vreemdelingen- en faciliteiten paspoort

 € 49,65

 € 84,00

 

 €133,65

 

 Nederlandse Identiteitskaart

€ 45,80 € 83,15 € 128,95
USD 145,70
ANG 260,80
AWG 260,80

Maximumtarieven bezorging reisdocument

De maximumtarieven die gemeenten, aangewezen gemeenten en openbare lichamen in rekening mogen brengen voor het bezorgen van een document:

Artikel 6 maximumtarief bezorgen

 

Gemeenten

19,00

Aangewezen gemeenten

31,70

Openbare lichamen

USD 21,05

 

Tarieven in artikel 12 Besluit Paspoortgelden

De te betalen tarieven bij de Koninklijke Marechaussee (noodpaspoort), de minister van Buitenlandse Zaken (dienst- en diplomatiek paspoort), de gezaghebbers van de openbare lichamen in Caribisch Nederland (nooddocumenten) en de Gouverneurs van de Caribische Landen (alle documenten):

(Maximum)tarieven voor personen jonger dan 18 jaar (Reisdocument 5 jaar geldig)

Artikel 12 tarieven per document

Euro

ANG/AWG

Nationaal paspoort, zakenpaspoort, vluchtelingen-, vreemdelingen- faciliteitenpaspoort, dienst- en Diplomatiek paspoort

 

 

          79,90

 

 

ANG/AWG 161,70

 (Maximum)tarieven voor personen van 18 jaar of ouder (Reisdocument 10 jaar geldig)

Artikel 12 tarieven per document

Euro

ANG/AWG

Nationaal paspoort, zakenpaspoort en  Faciliteitenpaspoort

 

          101,56

 

ANG/AWG 205,45

 

Artikel 12 tarieven per document

 

Euro

 

ANG/AWG

 

USD

Noodpaspoort/ Laissez-passer

          60,25

ANG/AWG 121,90

USD 68,10

 

De te betalen tarieven op ambassades en consulaire posten in het buitenland:

(Maximum)tarieven voor personen jonger dan 18 jaar (Reisdocument 5 jaar geldig)

Artikel 12 tarieven per document

Euro

Nationaal paspoort, zakenpaspaspoort, vluchtelingen-, vreemdelingen- faciliteitenpaspoort, dienst- en Diplomatiek paspoort

 

 

        147,40

Nederlandse Identiteitskaart

        128,75

 (Maximum)tarieven voor personen van 18 jaar of ouder (Reisdocument 10 jaar geldig)

Artikel 12 tarieven per document

Euro

Nationaal paspoort, zakenpaspoort en faciliteitenpaspoort

 

169,15

Nederlandse Identiteitskaart

167,80

Overige tarieven

Artikel 12 tarieven per document

Euro

Noodpaspoort/ Laissez-passer

          60,25

Spoedaanvraag toeslag

          12,40

Toeslag behandeling aanvraag op een andere locatie dan een aangewezen post

          26,85

 

De tarieven gelden niet voor vervangende Nederlandse Identiteitskaarten voor personen met een uitreisverbod. Hiervoor geldt het maximumtarief van €119,60 voor ambassades en buitenlandse posten; en geldt het maximumtarief van €38,25 voor gemeenten binnen Europees Nederland. Beide documenten hebben niet de extra biometrische kenmerken (vingerafdrukken), waardoor het tarief afwijkt van de tarieven vermeldt in het totaaloverzicht.

De (heraangevraagde) pinbrieven kunnen vooralsnog niet bij de uitgevende instanties worden aangevraagd. Informatie over onder meer de e-functionaliteit en de (heraanvraag van de) pinbrief wordt beschikbaar gesteld op de website van DigiD. Na de heraanvraag wordt de pinbrief rechtstreeks (zonder tussenkomst van de uitgevende instantie) verzonden aan de burger. De uitgevende instanties innen het tarief voor de heraanvraag pinbrief dus niet. De uitgevende instanties hoeven daarom geen tarief voor de heraanvraag van de pinbrief op te nemen in hun legesverordening.

Delen

Naslagwerk

Categorie 12 actualiseren

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Categorie 12 actualiseren

Artikel 2.7 Wet basisregistratie personen (BRP) bepaalt dat gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Paspoortwet worden opgenomen. In de bijlage bij artikel 23 van het Besluit BRP is aangegeven om welke gegevens het gaat. De signalering over de verstrekking of inhouding van een Nederlands reisdocument is onderdeel hiervan en moet in categorie 12 verwerkt worden.

Maandelijkse controle

Om de gegevens in RPS en de GBA-V (categorie 12) synchroon te laten lopen, wordt in de Kwaliteitsmonitor een maandelijkse controle gepubliceerd (controleregel L2374 en L2375). De gemeente kan hierdoor per maand zien welke RPS-signaleringen nog niet (op de juiste manier) zijn verwerkt in de GBA. De controle moet dezelfde dag nog verwerkt te worden. Wacht niet met het verwerken van de signalering tot de maandelijkse vergelijking is gepubliceerd. Die controle is alleen bedoeld om achteraf te zien of de basisregistratie actueel is.

Een niet-ingezetene wordt ingezetene

Uit onze analyses blijkt dat de opname van signaleringen bij (her-)vestiging verbeterd kan worden. Daarom hebben we hieronder de procedure schematisch weergegeven. 

Bij elke (her-)vestiging van personen die aanspraak maken op een Nederlands reisdocument moet gecontroleerd worden of betrokkene is opgenomen in de laatst ontvangen totaallijst van het RPS.

Aangifte van burger Totaallijst RPS Persoonslijst categorie 12 Actie
Eerste inschrijving o.g.v. aangifte van verblijf en adres Ingezetene komt voor Niet aangelegd Signalering opnemen in categorie 12
Eerste inschrijving o.g.v. aangifte van verblijf en adres Ingezetene komt niet voor Niet aangelegd Geen categorie 12 voor signalering opnemen
Hervestiging Ingezetene komt voor Signalering is niet opgenomen Signalering opnemen in categorie 12
Hervestiging Ingezetene komt niet voor Signalering is niet opgenomen Geen actie
Hervestiging Ingezetene komt voor Signalering is opgenomen Geen actie
Hervestiging Ingezetene komt niet voor Signalering is opgenomen Signalering verwijderen in categorie 12

 

Reisdocumenten vervallen verklaren

Neemt de bijhoudingsgemeente of het openbare lichaam de signalering op in categorie 12 van de persoonslijst? Neem dan als gemeente/openbaar lichaam contact op met RvIG. Samen bekijken we of het reisdocument, dat de burger nog in bezit heeft, vervallen moet worden verklaard.

Wanneer de signalering wijzigt van ingezetenen

Voor de gesignaleerden in een gemeente blijft de procedure voor wijzigingen hetzelfde. Als een ingezetene van een gemeente opgenomen of verwijderd wordt in het RPS, ontvangt de betreffende gemeente een Vb01-bericht met de gegevens van deze persoon.

Deel de totaallijst binnen de eigen gemeente

Deze tip geldt voor medewerkers die toegang hebben tot de Kwaliteitsmonitor en/of de beveiligde e-mail/vrije berichten: let erop dat collega’s de meest actuele lijst hebben en vernietig oude lijsten. Het is belangrijk dat medewerkers de RPS-informatie binnen de eigen gemeente delen met collega’s die paspoorten uitgeven of personen inschrijven in de BRP/PIVA.

Delen

Naslagwerk

Invullen reisdocumentsoort in categorie 12 van de persoonslijst

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Invullen reisdocumentsoort in categorie 12 van de persoonslijst

In de landelijke tabel 48 staan de codes van de verschillende huidige reisdocumentsoorten (12 soorten). Ieder document heeft een eigen soortaanduiding.

In onderstaande tabel staan de documentsoorten, de codes in tabel 48, gevolgd door de beginletter van het documentnummer. Het nummer van het document kan nooit een andere beginletter hebben dan in deze tabel is aangegeven en hoort bij de code en documentsoort.

Documentsoort Code tabel 48 Beginletter documentnummer
Nederlandse identiteitskaart NI I
Nationaal paspoort PN N
Diplomatiek paspoort PD D
Dienstpaspoort PZ S
Reisdocument vreemdelingen PB A
Reisdocument vluchtelingen PV R
Zakenpaspoort ZN B
Tweede paspoort (2 jaar geldig) TN N
Tweede zakenpaspoort (2 jaar geldig) TE B
Faciliteitenpaspoort PF N

De beginletters van het documentnummer staan voor de Engelstalige woorden:

N = National
I =   Identity
B = Business
D = Diplomatic
S = Service
R = Refugee
A = Alien

De Laissez-Passer (LP) en het Noodpaspoort (NN) staan wel in de tabel 48 maar worden niet in het overzicht opgenomen. Deze documenten worden namelijk niet in categorie 12 van de persoonslijst opgenomen. Dit zijn geen identiteitsdocumenten conform de Wet op de Identificatieplicht.

Delen

Naslagwerk

Handreiking BSN voor Gebruikers

Handreiking BSN voor Gebruikers

1. Inleiding

De Handreiking BSN voor Gebruikers beoogt organisaties die gebruik maken van het burgerservicenummer (BSN) behulpzaam te zijn bij het implementeren van het BSN door het geordend aanbieden van de verschillende van toepassing zijnde procedures. 

Per hoofdstuk zijn de procedures opgenomen met de bijbehorende uitleg. 

Deze handleiding is bestemd voor alle gebruikers van het BSN, in het bijzonder voor de medewerkers van deze organisaties die zich bezighouden met de implementatie van het gebruik van het BSN. 

Voor gemeenten in hun rol van toekennende instantie is er een separate Handreiking BSN voor Burgerzaken beschikbaar.

 

2. Toegang tot de beheervoorziening

2.1 Aansluitprocedure

Wanneer een gebruiker wil aansluiten op de BV BSN om BSN-verificatievragen te stellen, moet een aansluitprocedure doorlopen worden. Deze procedure geeft in overzichtelijke stappen inzicht in het totale aansluittraject en zorgt er zo voor dat op een efficiënte en effectieve manier aangesloten kan worden op de BV BSN. Een beschrijving van de aansluitprocedure en de voor aanmelding benodigde formulieren zijn beschikbaar op www.rvig.nl
Wanneer een organisatie gebruik wil maken van de BV BSN, dan moet elke taak (overheid) en elke werkzaamheid (overige BSN-gebruikers) waarvoor het gebruik van de BV BSN beoogd wordt, gemeld worden aan Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. Ook wanneer de BV BSN voor meerdere taken of werkzaamheden bevraagd gaat worden dan dient deze uitbreiding aan Rijksdienst voor Identiteitsgegevens voorgelegd te worden. Dit betekent overigens niet automatisch dat u een nieuwe technische verbinding moet leggen met de BV BSN. Via deze meldingen wordt door RvIG getoetst en bijgehouden voor welke taken en werkzaamheden verificatievragen aan de BV BSN worden gesteld. Een deel van deze gegevens wordt eveneens gebruikt voor het vullen en actueel houden van de website www.burgerservicenummer.nl.

2.2 Netwerk

De netwerktoegang tot de BV BSN is niet mogelijk via het openbare internet. Toegang is mogelijk via een aansluiting op Gemnet of Diginetwerk.

2.3 Techniek

Voor het stellen van verificatievragen aan de BV BSN dient de gebruiker te beschikken over een berichtenvoorziening. Deze berichtenvoorziening kan worden gebouwd op basis van een WSDL. 

Daarnaast gelden de volgende technische uitgangspunten:

  • authenticatie van de BSN-gebruiker middels een PKI-overheidscertificaat.
  • er wordt gebruik gemaakt van XML/SOAP berichten over HTTPS (poort 443). 
  • de BV BSN voorziet in een vraag- en een antwoordbericht met synchrone communicatie. 
  • uitgangspunt is de ISO 10646 UTF-8 tekenset die overeenkomt met de (beperkte) GBA Teletex tekenset. 
  • een vraagbericht bevat maximaal één vraag. 
  • een antwoordbericht bevat één antwoord of een melding betreffende een uitzondering of fout.
  • een vraag mag alleen betrekking hebben op de toegestane zoekpaden en beschikbare gegevens. 

2.4 Certificaten

Om toegang te krijgen tot de BV BSN moet u beschikken over een geldig “Private G1” services-certificaat, type Server met het OIN nummer van de organisatie.
Voor aansluiting dient u eenmalig de “NAW-gegevens” van het PKI Overheid certificaat te verstrekken aan RvIG om het certificaat te autoriseren voor het BV BSN-systeem. Het publieke deel van het certificaat dient als .pem of .cer bestand verzonden te worden aan info@rvig.nl. Als u gebruik maakt van een bewerker en uw bewerker is aangesloten op de BV BSN met een PKI Overheid certificaat, dan heeft u zelf geen PKI Overheid certificaat nodig.

2.5 De Proefomgeving

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens heeft voor testdoeleinden een proefomgeving ingericht voor de BV BSN. Alle webservices die door de BvBSN worden aangeboden, zijn beschikbaar op deze proefomgeving. Certificaten voor de productie omgevingen en niet productie omgevingen mogen niet gelijk zijn.

2.5.1 Toegang tot de proefomgeving 

De proefomgeving is beschikbaar via internet, Gemnet en Diginetwerk. In alle gevallen is een geldig PKI-Overheid certificaat nodig. Het gebruikte PKI-Overheidscertificaat moet aangemeld worden bij Rijksdienst voor Identiteitsgegevens om geautoriseerd te worden.

2.5.2 Beschikbare webservices

Op de proefomgeving is het volgende endpoint beschikbaar voor de webservices:

Via internet  https://147.181.36.105/bvbsn60/gebruiker.asmx
Via Gemnet en Diginetwerk https://lap.bvbsn.idm.diginetwerk.net/bvbsn60/gebruiker.asmx  

De volgende webservices zijn aanwezig:

  • ZoekNr: toetsen van de geldigheid van een BSN;
  • HaalOpIdenGeg: opvragen identificerende gegevens o.b.v. een BSN;
  • ContrBsnIdenGeg: toetsen combinatie identificerende gegevens en BSN;
  • OpvrBsnIdenGeg: opvragen BSN o.b.v. identificerende gegevens.
  • VerificatieIdentiteitsDocument: opvragen geldigheid identiteitsdocument 

2.5.3 Testdatabase 

In de testdatabase zijn de gegevens opgenomen van een aantal testpersonen die gebruikt kunnen worden om te testen. De gegevens van deze testpersonen zijn gefingeerd en hebben geen enkele relatie met bestaande personen. De inhoud van de testdatabase is te vinden op onze website.

 

2.6 De Productieomgeving

Op de productieomgeving zijn de webservices via Gemnet en Diginetwerk als volgt bereikbaar: https://bvbsn.idm.diginetwerk.net/bvbsn60/gebruiker.asmx

3. De BSN Verificatievraag

3.1 De BSN-verificatievraag

De  Beheervoorziening BSN (BV BSN) vervult een aantal belangrijke taken. Zo verzorgt de BV BSN het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN. 

Ook verzorgt de BV BSN de toegang tot de identificerende gegevens in de achterliggende basisregistratie Personen (BRP)) en toegang tot de landelijke registers voor identiteitsdocumenten (paspoorten, rijbewijzen en vreemdelingendocumenten) die voor identiteitsverificatie aan het loket kunnen worden gebruikt. Deze functionaliteit wordt samengevat onder de term BSN-verificatievraag.

De volledige functionaliteit van de BV BSN, inclusief de mogelijkheid BSN-verificatievragen te stellen, is beschreven in het Logisch Ontwerp BSN (www.rvig.nl). 

3.2 Wanneer de BSN-verificatievraag stellen 

Bij gebruik van het BSN aan het loket van een BSN-gebruiker biedt de Beheervoorziening BSN de volgende functionaliteit op het gebied van identiteitsverificatie:

  • het online verifiëren van de geldigheid van een identiteitsdocument 
  • het online verifiëren van een BSN en/of persoonsgegevens  

Aansluiten op de BV BSN om toegang te hebben tot deze functionaliteit is optioneel, tenzij in sectorale wetgeving de verplichting hiertoe is opgenomen.

De BV BSN toetst de geldigheid van het BSN in het eigen nummerregister maar haalt identificerende gegevens op via koppeling met de BRP-V. Er is een beperkte gegevensset van elke actuele PL opgenomen. Door het stellen van een BSN-verificatievraag (ophalen identificerende gegevens) aan de BV BSN worden dus actuele identificerende gegevens en het BSN uit de BRP opgehaald.

BSN-gebruikers dienen te beseffen dat de BSN-verificatievragen alleen online en ad-hoc gesteld kunnen worden. Met deze aansluiting op de BV BSN kunnen geen afnemerindicaties worden geplaatst op persoonslijsten in de BRP zodat bestanden spontaan actueel kunnen worden gehouden. Voor het uitvoeren van backoffice-taken of bulkprocessen is aansluiting op de BV BSN nauwelijks zinvol.

3.3 Wie mogen de BSN-verificatievraag stellen

In de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer is bepaald welke organisaties BSN-gebruiker zijn. Alle BSN-gebruikers mogen verificatievragen aan de BV BSN stellen.

Op basis van onderstaand schema kan worden bepaald of een organisatie gebruiker is en dus bevoegd om verificatievragen aan de BV BSN te stellen.

Image
Schematisch overzicht: wie mogen de BSN-verificatievraag stellen

 

3.4 Soorten vragen

Er zijn 5 soorten BSN-verificatievragen:

  • Toetsen of een identiteitsdocument geldig is (VerificatieIdentiteitsDocument)

Veelal is bij aanvang van een dienstverlening op basis van het BSN identiteitsverificatie wenselijk. Gebruikers van het BSN-stelsel kunnen verifiëren of het Nederlandse identiteitsdocument een geldig document is zoals bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht (WID). De BV BSN bevraagt hierbij op de achtergrond documentregisters voor reisdocumenten, rijbewijzen en vreemdelingendocumenten.

  • Toetsen of een nummer een BSN is (ZoekNr)

Op basis van het invoeren van het BSN wordt door de beheervoorziening BSN gemeld of het opgegeven nummer een BSN is.
Het antwoord op deze vraag geeft aan of u te maken hebt met een geldig toegekend BSN of dat het nummer niet (meer) bestaat. 
Als het nummer als BSN is toegekend aan een persoon krijgt u de melding ‘nummer is een BSN’. 
Als het opgegeven nummer niet (of niet meer) als BSN in omloop is of niet voldoet aan de elfproef krijgt u de melding ‘nummer is geen BSN’. 

  • Toetsen welke identificerende gegevens bij een BSN horen (HaalOpIdenGeg)

Op basis van het invoeren van een BSN wordt een set aan dit BSN gekoppelde identificerende gegevens opgehaald uit de achterliggende authentieke registraties en gemeld aan de gebruiker.

Toetsen welk BSN bij identificerende gegevens hoort (OpvrBsnIdenGeg)

Op basis van het invoeren van identificerende gegevens wordt een BSN opgehaald. Het opvragen kan met een deel van de identificerende gegevens (bijv. voornamen, achternaam, geboortedatum), tenzij deze combinatie niet leidt tot één gevonden persoon.

  • Toetsen van de combinatie BSN met identificerende gegevens (ContrBsnIdenGeg)

Op basis van het BSN en een set identificerende gegevens wordt getoetst of deze bij elkaar horen.

BSN-gebruikers die overheidsorgaan zijn, mogen alle hierboven opgesomde soorten vragen stellen. Gebruikers die geen overheidsorgaan zijn, mogen in principe alleen de eerste twee functionaliteiten gebruiken. Uitbreiding met andere functionaliteiten kan alleen op grond van wetgeving. Onderstaande beslisboom kan helpen te bepalen of, en zo ja, welke vragen door een organisatie gesteld mogen worden.

 

Beslisboom gebruik Beheervoorziening burgerservicenummer

Image
Beslisboom gebruik Beheervoorziening burgerservicenummer

Met aansluiting van de BSN-gebruiker op de BV BSN, zal binnen diens organisatie moeten worden vastgesteld welke personen autorisatie krijgen om verificatievragen te mogen stellen aan de BV BSN. Daarbij zullen procedures moeten worden afgesproken om onterecht gebruik te voorkomen en verandering en vernieuwing van de autorisaties mogelijk te maken.

3.5 Gegevensset

Als antwoord op de laatste 3 BSN-verificatievragen worden de identificerende gegevens getoond. Het betreft de volgende gegevensset:

Image
Tabel met gegevensset BSN

Voor een nadere uitwerking van de elementen binnen deze groepen en de mogelijke zoekpaden wordt verwezen naar het LO BSN.

4. Het Foutenmeldpunt

4.1 Inleiding

Met het in beheer nemen van de BV-BSN heeft Rijksdienst voor Identiteitsgegevens zich gecommitteerd aan het inrichten van een foutenmeldpunt voor het melden van BSN-nummerfouten. Dit foutenmeldpunt moet zorg dragen voor de registratie en coördinatie van de oplossing van nummerfouten. Het oplossen van de fouten is voorbehouden aan de registerhouders.

Om dit proces te faciliteren is het Foutenmeldpunt (FMP) ontwikkeld. Het FMP is een webapplicatie waar een foutvermoeden in geregistreerd kan worden. Vervolgens ondersteunt het FMP in het toewijzen en bewaken van de benodigde activiteiten ten behoeve van de afhandeling van het foutvermoeden.

4.2 Proces 

Een BSN-gebruiker kan constateren dat er bijvoorbeeld een zelfde BSN bestaat bij meerdere personen of dat er mogelijk meerdere BSN’s bestaan bij dezelfde persoon. De gebruiker kan deze zogenaamde foutvermoedens melden bij het FMP zodat deze beoordeeld en waar nodig hersteld kunnen worden.
Na melding van de fout wordt deze opgenomen in het FMP. Het FMP stuurt direct een bevestiging van de melding per mail aan de melder; deze bevestiging bevat een uniek identificatienummer. Na beoordeling van het foutvermoeden door de gegevensbeheerder van Rijksdienst voor Identiteitsgegevens zijn de mogelijke vervolgstappen:

  • het foutvermoeden wordt doorgestuurd naar de registerhouder die de fout moet onderzoeken en oplossen;
  • er wordt advies gevraagd aan de Belastingdienst;
  • het foutvermoeden wordt gekwalificeerd als niet terecht waarna het dossier direct gesloten wordt. De indiener van het foutvermoeden wordt hiervan per mail op de hoogte gesteld. 

Het doorsturen van het foutvermoeden naar de registerhouder gebeurt door middel van een mail naar de contactpersoon van deze organisatie met daarin een link naar het FMP. Door op de link te klikken wordt de betreffende medewerker direct naar de foutmelding geleid. De registerhouder dient binnen de gestelde termijn het foutvermoeden in behandeling te nemen en deze na onderzoek en –zo nodig herstel– af te melden in het FMP.
Het FMP ontvangt de afmelding en sluit het dossier. Na sluiting van het dossier wordt de indiener van het foutvermoeden via mail op de hoogte gesteld van de wijze van afhandeling.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Afhandeling nummerfouten

Image
Schematisch overzicht afhandeling nummerfouten

Wie mag fouten melden

Foutvermoedens kunnen zowel door registerhouders als BSN-gebruikers aan het FMP worden gemeld. Uitgezonderd zijn BSN-gebruikers die aangesloten zijn via een Sectorale Berichten Voorziening (SBV), bijvoorbeeld SBV-Z. Deze gebruikers melden hun foutvermoeden bij de SBV die vervolgens het foutvermoeden via het FMP kan melden.
Burgers die een foutvermoeden hebben, dienen dit te melden aan de organisatie waar het foutvermoeden is ontstaan of bij de eigen gemeente.

Welke fouten melden

Bij het vermoeden van een fout in de combinatie van het nummer, de persoon en de persoonsgegevens die daaraan gekoppeld zijn, wordt dit gemeld aan het FMP. De soorten fouten die gemeld kunnen worden door een BSN-gebruiker of registerhouder zijn opgenomen in het overzicht ‘Mogelijke fouten’.

Afhandeling van fouten door registerhouders

Op het moment dat een foutvermoeden wordt doorgestuurd naar de betreffende registerhouder, wordt het vermoeden onderzocht en waar nodig het probleem opgelost. Het FMP wordt geïnformeerd over de uitkomst. Indien de registerhouder een gemeente betreft, wordt bij ontvangst van een foutvermoeden het betreffende gegeven in onderzoek gezet op de persoonslijst (PL) in de BRP. Het oplossen van een fout binnen de BRP  geschiedt overeenkomstig de gebruikelijke BRP procedures. Mogelijke herstelacties zijn opgenomen in het overzicht ‘mogelijke fouten’.

Techniek

Het FMP is een webapplicatie bereikbaar via Diginetwerk via https://ssp.idm.diginetwerk.net

Afhandeltermijnen foutvermoedens

Ten behoeve van de afhandeling van foutvermoedens zijn afhandeltermijnen bepaald. De termijn waarbinnen fouten dienen te worden opgelost, is 10 werkdagen. De termijn gaat in op het moment dat een foutvermoeden aan het FMP wordt gemeld.

Binnen deze termijn worden door Gegevensbeheer RvIG activiteiten uitgezet waaraan een uiterste afhandeldatum is gekoppeld. Het FMP en de gegevensbeheerder bij RvIG bewaken de uiterste data van een activiteit en de afhandeltermijn. 

Toegang

Toegang tot het FMP wordt verkregen via een gebruikersnaam/wachtwoord combinatie. Elke BSN-gebruiker heeft deze inloggegevens per brief ontvangen.
Voor de verzending van mailberichten door het FMP naar BRP-afnemers of gemeenten wordt gebruik gemaakt van het mailadres van de bij RvIG geregistreerde BRP-

Contactpersoon.

Voor overige BSN-gebruikers is een aparte contactpersoon met mailadres opgenomen.

4.3 Het FMP, de Terugmeldvoorziening (TMV) en het BSN-punt 

Het FMP, de TMV en het BSN-punt hebben allen te maken met foutvermoedens, maar dienen in verschillende situaties te worden gebruikt:

  • Het vermoeden van een nummerfout wordt aan het FMP gemeld. Er is twijfel over de combinatie van één nummer, één set persoonsgegevens en één persoon. 
  • Het vermoeden van fouten in de persoonsgegevens (niet zijnde het BSN) wordt aan de TMV gemeld. 
  • Een burger die een probleem heeft met zijn BSN zal zich in eerste instantie moeten wenden tot de betreffende BSN-gebruiker of registerhouder. Indien het een terecht foutvermoeden betreft, dient de BSN-gebruiker of registerhouder het foutvermoeden te melden in het FMP. Wanneer de BSN-gebruiker of registerhouder het BSN-probleem niet onderschrijft en ook niet wenst te onderzoeken, kan de burger zich wenden tot het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO). MFO onderzoekt het probleem en stelt een zogenaamde zienswijze op. 

4.4 Mogelijke fouten

Onderstaand een overzicht van de foutvermoedens die door een BSN-gebruiker of registerhouder geconstateerd kunnen worden. 

Image
Een schematische weergave van een mogelijke foutmelding in BVBSN
Image
Een schematische weergave van een mogelijke foutmelding in BVBSN
Image
Een schematische weergave van een mogelijke foutmelding in BVBSN
Image
Een schematische weergave van een mogelijke foutmelding in BVBSN

 

Image
Een schematische weergave van een mogelijke foutmelding in BVBSN

Delen

Naslagwerk

Handreiking BSN voor Burgerzaken en RNI

Handreiking BSN voor Burgerzaken en RNI

De Handreiking BSN voor Burgerzaken en RNI beoogt gemeenten en de registratiehouder RNI die gebruik maken van het burgerservicenummer (BSN) behulpzaam te zijn bij het implementeren van het burger-servicenummer door het geordend aanbieden van de verschillende van toepassing zijnde procedures.
Per hoofdstuk zijn de procedures opgenomen met de bijbehorende uitleg.

Voor organisaties in hun rol van gebruiker van het burgerservicenummer is een separate Handreiking BSN voor Gebruikers beschikbaar. 

 

1. De presentievraag

1.1 Inleiding

De presentievraag is bedoeld om de consistentie tussen de stelsels BRP en BSN bij inschrijving te waarborgen.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb) wordt het burgerservicenummer uitgegeven door gemeenten.
Vanaf de inwerkingtreding van de Wet Basisregistratie Personen (BRP) wordt het burgerservicenummer ook uitgegeven door de registratiehouder RNI.
Het is daarbij noodzakelijk om zeker te stellen dat nummers niet dubbel worden toegekend. Iedere ingeschrevene moet een burgerservicenummer hebben en één burgerservicenummer dient bij één burger te horen, zodat persoonsgegevens betrouwbaar uitgewisseld kunnen worden op basis van dat nummer. De presentievraag is het instrument om de uniciteit van het burgerservicenummer zoveel mogelijk te waarborgen. Door het stellen van de presentievraag wordt gecontroleerd:

  • of de persoon niet al is ingeschreven in de BRP;
  • of er niet al een inschrijvingsprocedure is gestart in een andere gemeente;
  • of de persoon niet al een burgerservicenummer heeft.

 

1.2 Wanneer stel je de presentievraag?

De presentievraag moet gesteld worden wanneer er sprake is van een eerste inschrijving in de BRP of een hervestiging vanuit het buitenland.
Dit betekent:

  • voor alle eerste inschrijvingen, met uitzondering van de inschrijving bij geboorte op basis van een geboorteakte, wordt een presentievraag gesteld;
  • voor alle vervolginschrijvingen, met uitzondering van de intergemeentelijke verhuizing, wordt een presentievraag gesteld.

Ook voor een hervestiging waarbij bekend is wat de voorgaande gemeente van inschrijving was, is het verplicht een presentievraag te stellen. Dat geldt zelfs als het de eigen gemeente of RNI-deelnemer betreft. De reden hiervoor is dat gecontroleerd moet worden dat de persoon niet al ergens anders is ingeschreven, dat de persoon een uniek burgerservicenummer heeft en dat foutvermoedens zo snel mogelijk worden getraceerd.

 

1.3 Het verloop van de cyclus

Het verloop van de cyclus is als volgt:

  1. De gemeente/RNI-deelnemer geeft identificerende gegevens op in een presentievraag.
  2. De gemeente/RNI-deelnemer stelt een verwachting op voor het presentieantwoord. Bijvoorbeeld: als de ingeschrevene verklaart nog nooit in Nederland gewoond te hebben maar wél als grensarbeider in Nederland belasting betaald heeft, is de verwachting dat de persoon gevonden wordt.
  3. Er komt één antwoord terug met daarin nul, één of meer sets persoonsgegevens (maximaal 10) die voldoen aan de identificerende gegevens.

De gemeente/RNI-deelnemer vergelijkt de ontvangen gegevens met de eigen verwachting. Als die overeenkomt, vervolgt de gemeente/RNI-deelnemer de inschrijvingsprocedure op basis van de ontvangen gegevens. Als het antwoord afwijkt van de verwachting, moet de gemeente/RNI-deelnemer onderzoeken wat de situatie is. Bijvoorbeeld: als er meer dan 10 personen gevonden zijn, moet de gemeente/RNI-deelnemer een nieuwe presentievraag stellen met een meer toegespitste identificatie.

Identificatie

Het is belangrijk om bij de presentievraag de juiste set van identificerende gegevens mee te geven, afhankelijk van het type presentievraag.
Bij vraagtype 1 zijn er drie verplichte gegevens om op te geven:

  • Geslachtsnaam
  • Geboortedatum
  • Geslachtsaanduiding

Bij vraagtype 2 zijn er vijf verplichte gegevens om op te geven:

  • Geslachtsnaam
  • Geboortedatum
  • Geslachtsaanduiding
  • Nationaliteit
  • Buitenlands persoonsnummer

Bij vraagtype 3 zijn er twee verplichte gegevens om op te geven:

  • Nationaliteit
  • Buitenlands persoonsnummer

Bij vraagtype 4 is er één verplicht veld om op te geven:

  • Geboortedatum

Als één van deze gegevens ontbreekt, ontvangt de gemeente een foutbericht.

Let op: bij vraagtype 4 moet men aanvullende identificerende gegevens meegeven omdat er anders altijd meer dan 10 personen worden gevonden. Daarnaast kunnen er één of meer aanvullende gegevens worden opgenomen, onder meer: 

  • Voornaam of voornamen
  • Voorvoegsel
  • Geboorteland
  • Geboorteplaats

De aanvullende identificerende gegevens met de hoogste ‘trefkans’ zijn gegevens met een datum en die gegevens die in de Landelijke Tabellen zijn opgenomen (met code). Dit zijn:

  • Geboortedatum
  • Geslacht
  • Geboorteland 
  • Nederlandse geboortegemeente

Let op: Met de geslachtsnaam kunnen gemakkelijk fouten worden gemaakt, bijvoorbeeld als de ingeschrevene meerdere brondocumenten heeft met een verschillende naam.
Bijvoorbeeld: een Duitse vrouw met de geslachtsnaam Muller en getrouwd met de heer Kraus. Bij het stellen van een presentievraag met de geslachtsnaam Muller kan het presentieantwoord worden geïnterpreteerd als dat deze vrouw geen burgerservicenummer heeft. Om te bepalen of dit daadwerkelijk zo is, zal ook gezocht moeten worden op de naam Kraus. Deze situatie doet zich vaak voor bij Duitse, Poolse, Turkse en Marokkaanse nationaliteiten.

Soms is van een burger geen volledige geboortedatum bekend, maar alleen het geboortejaar. Omdat voor personen met onbekende geboortemaand en/of -dag ook wel een geboortedatum op 1 januari of 1 juli wordt geregistreerd, resulteert zoeken op geboortedatum 19710000 in een zoekoperatie die naast 19710000 ook de data 19710101 en 19710701 meeneemt.

Bij twijfel een nieuw BSN toekennen

In het presentieantwoord kunnen meerdere sets persoonsgegevens voorkomen.
Als uit het presentieantwoord niet met zekerheid is vast te stellen of de gevonden persoon daadwerkelijk de gezochte persoon is, moet een nieuw burgerservicenummer toegekend worden. Het koppelen van een bestaand burgerservicenummer aan de verkeerde persoon moet te allen tijde voorkomen worden.

1.4 Intelligent zoeken

Bij het beantwoorden van de presentievraag gebruikt de BV BSN data uit de verstrekkingsvoorziening BRP-V, die een combinatie is van de BRP en de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). De registratie van bepaalde gegevens in RNI kan afwijken van de regels die in de BRP gehanteerd worden. Om te voorkomen dat personen ten onrechte niet gevonden worden vanwege afwijkende schrijfwijzen, wordt bij de beantwoording van de presentievraag gewerkt met ‘intelligent zoeken’. Intelligent zoeken betekent dat niet alleen gezocht wordt naar gegevens die exact overeenkomen met de opgegeven waarden, maar dat regels toegepast worden om de trefkans te vergroten.
Bij het intelligent zoeken hanteert de BV BSN de volgende stappen.

  1. Exact zoeken
    Alle gevraagde gegevens moeten exact gelijk zijn aan de gegevens in de databases.
  2. Diakrietentransformatie
    Diakritische tekens (trema, tilde, ogonek,…) worden verwijderd; Speciale tekens (œ,Þ,?,..) worden omgezet naar ‘gewone’ tekens; Alle spaties worden verwijderd. Alle hoofdletters worden in kleine letters omgezet; VOORBEELD: Otd?lenija’russkago => otdelenijarusskago;.
  3. Transscriptie en Transliteratie
    Alle delen van de naam die mogelijke transliteratie-/transcriptieverschillen kennen, worden gecodeerd met cijfers; alle dubbele letters en dubbele codes worden verwijderd; De letter ‘h’ wordt verwijderd; VOORBEELD: Visjhorroschtsch is gelijk aan Wijkhoroosc;
  4. Gebruik van tabellen
    Gewijzigde gemeentenamen worden omgezet naar de actuele namen; Gewijzigde landnamen worden omgezet naar de actuele namen.
  5. Toepassen van regels

Bij een vraag waarin Geslachtsaanduiding gebruikt wordt, wordt ook gezocht met Geslachtsaanduiding Onbekend;
Bij een vraag met een Geboortedatum waarvan alleen het geboortejaar bekend is (jjjj0000), wordt ook gezocht met jjjj0101 en jjjj0701;
Bij een vraag waarin slechts één enkele voornaam voorkomt, wordt ook gezocht bij personen die naast deze voornaam nog meer voornamen hebben;
De opgegeven voorvoegsels en geslachtsnaam worden gecombineerd tot één naam.

Er wordt eerst gezocht op basis van de verplichte gegevens, ook al zijn er in de presentievraag aanvullende identificerende gegevens opgegeven. Als er 10 of minder treffers zijn, dan worden deze sets persoonsgegevens in het antwoordbericht aan de gemeente/RNI-deelnemer gestuurd. Zijn er meer dan 10 sets gegevens die voldoen aan de verplichte identificerende gegevens, dan kan er binnen de gevonden sets verder gezocht worden op basis van aanvullende identificerende gegevens.

In het antwoordbericht wordt aangegeven wat de mate van overeenstemming is tussen de identifi¬cerende gegevens in de vraag en de gevonden gegevens in het antwoord. Het waardebereik loopt van ‘0000’ tot en met ‘1000’. Hoe groter de waarde, hoe groter de overeenkomst. De waarde ‘1000’ geeft aan dat er een volledige overeenstemming is tussen de identificerende gegevens in het vraagbericht en de gevonden gegevens in het antwoordbericht. De score ‘1000’ komt alleen voor bij een matching op basis van exact zoeken (stap 1). Hoe meer stappen in het intelligent zoeken nodig zijn om een match te maken, hoe lager de score wordt.

2.4 Mogelijke fouten

Onderstaand een overzicht van de foutvermoedens die door een BSN­gebruiker of registerhouder geconstateerd kunnen worden. Daarbij opgenomen zijn de prioriteit van een foutvermoeden, de mogelijke herstelacties en de mogelijke oorzaken.

Image
Schematisch overzicht van mogelijke fouten in BSN
Image
Schematisch overzicht 2 van mogelijke fouten in BSN

3. Het beheer van de voorraad burgerservicenummers

3.1 Inleiding

Sinds de inwerkingtreding van de Wabb kennen gemeenten het burgerservicenummer toe bij het aanleggen van de PL.
Vanaf de inwerkingtreding van de wet BRP gaat de registratiehouder RNI het burgerservicenummer toe bij het aanleggen van de RNI-PL.
Het toekenningsproces van het burgerservicenummer is vergelijkbaar met dat van het A-nummer:

  • de gemeente/RNI-registratiehouder vraagt een voorraad nummers op en plaatst die in het BRP-systeem;
  • bij het aanleggen van de PL kiest het BRP-systeem een nummer uit de voorraad en plaatst dat op de PL;
  • voordat de voorraad opraakt, vraagt de gemeente/RNI-registratiehouder een nieuwe voorraad op.

Er zijn twee verschillen met de A-nummerprocedure:

  1. In bepaalde gevallen wordt bij het aanleggen van een PL geen BSN uit de voorraad gehaald, maar wordt een bestaand BSN overgenomen;
  2. De BSN-voorraad wordt online opgevraagd.

 

3.2 Opvragen burgerservicenummers

Heeft uw gemeente/RNI-registratiehouder geen voorraad burgerservicenummers meer, dan moeten nieuwe nummers online worden opgehaald bij de beheervoorziening BSN (BV BSN). De gemeente/RNI-registratiehouder moet zelf zorgen voor het tijdig inregelen van een voldoende voorraad burgerservicenummers.

De gemeente/RNI-registratiehouder vraagt een voorraad burgerservicenummers aan door een online bericht te zenden aan de webservice “Opvragen nummervoorraad” van de beheervoorziening BSN. Na verzending wordt het bericht op juistheid gecontroleerd en na goedkeuring ontvangt de gemeente/ RNI-registratiehouder binnen enkele seconden een bericht met de nieuwe voorraad burgerservicenummers. De webservice verstrekt per aanvraag maximaal 250 nummers. Het is mogelijk om meerdere aanvragen achter elkaar te doen.

Als richtlijn geldt het opvragen van een voorraad voor twee maanden, om het aanleggen van onnodig grote voorraden te beperken. Omdat registratiehouders uitsluitend burgerservicenummers uit de eigen voorraad in verkeer kunnen brengen, wijzen wij u er nadrukkelijk op dat het uitwisselen van voorraden burgerservicenummers tussen registratiehouders niet is toegestaan. Neem voor meer informatie over aansluiting op de webservice en gebruik van de webservice contact op met uw BRP-leverancier

3.3 De opslag van de voorraad burgerservicenummers

De burgerservicenummers in de BSN-voorraad zijn strikt genomen slechts informatieloze nummers. Maar dit betekent niet dat de voorraad onbeveiligd bewaard mag worden. De beveiliging van de BSN-voorraad moet op hetzelfde niveau zijn als die van de voorraad A-nummers.

3.4 Gemeentelijke herindeling en de voorraad burgerservicenummers

Bij een gemeentelijke herindeling waarbij meerdere gemeenten samengaan of splitsen is afstemming met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens nodig. In overleg wordt bepaald wat er moet gebeuren met de voorraden burgerservicenummers bij de betrokken gemeenten.

Bij een gemeentelijke infrastructurele wijziging waarbij uitsluitend de gemeentecode wijzigt (bijvoorbeeld bij een gemeentenaamswijziging), zorgt de BV BSN voor het overzetten van de voorraad burgerservicenummers naar de nieuwe gemeentecode. Dit betekent dat de gemeente de voorraad burgerservicenummers die ze onder de oude gemeentecode heeft opgevraagd onder de nieuwe gemeentecode kan blijven gebruiken.

 

3.5 Het nummerregister

De BV BSN houdt een centrale registratie bij van alle BSN’s: het Nummerregister. In het Nummerregister wordt de ‘levensloop’ van ieder BSN vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen te onderscheiden:

  • De Nummergenerator van de BV BSN genereert in willekeurige volgorde (‘at random’) een voorraad nummers. Deze nummers worden in het Nummerregister opgenomen en krijgen de status ‘aangemaakt’;
  • De registratiehouder vraagt een voorraad BSN’s op uit het Nummerregister. De verstrekte nummers krijgen in het Nummerregister de status ‘gedistribueerd’ waarbij tevens vastgelegd wordt aan welke organisatie het BSN gedistribueerd is;
  • Wanneer het BSN door de registratiehouder uit de voorraad wordt toegekend, ontvangt de BV BSN hiervan een vulbericht. De BV BSN controleert of de afzender van het vulbericht gelijk is aan de aanvrager van de voorraad. Als dit klopt, krijgt het BSN in het Nummerregister de status ‘in verkeer’.
  • Wanneer het BSN op de PL gewijzigd wordt of de PL wordt afgevoerd, dan ontvangt de BV BSN hiervan een spontane mutatie of een Ng01-bericht. De status van het BSN in het Nummerregister wordt vervolgens gewijzigd in ‘uit verkeer’.

4 Toegang tot de Beheervoorziening BSN

4.1 Aansluitprocedure

Registratiehouders, in hun rol als BSN toekennende instantie, hoeven de aansluitprocedure niet te doorlopen. Het berichtenverkeer dat noodzakelijk is voor de toekenning van burgerservicenummers verloopt via de huidige BRP-aansluiting.

4.2 Netwerk

De netwerktoegang tot de BV BSN is niet mogelijk via het openbare internet. Toegang is mogelijk via een aansluiting op Gemnet of Diginetwerk.

4.3 Certificaten

Om toegang te krijgen tot de BV BSN moet u beschikken over een PKI Overheid certificaat; een Services certificaat van het type Server. Voor aansluiting dient u eenmalig de “NAW-gegevens” van het PKI Overheid certificaat te verstrekken aan Rijksdienst voor Identiteitsgegevens om het certificaat te autoriseren voor het BV BSN-systeem. Het publieke deel van het certificaat dient als .cer of .pem bestand verzonden te worden aan info@rvig.nl.
Als u gebruik maakt van een bewerker en uw bewerker is aangesloten op de BV BSN met een PKI Overheid certificaat, dan heeft u zelf geen PKI Overheid certificaat nodig. De eindverantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking blijft evenwel volledig bij de BSN-gebruiker liggen

4.4 Berichtenverkeer

In het vraagbericht dient te worden aangegeven welke registratiehouder de vraag aan de BV BSN stelt.
Bij enkelvoudig gebruik wordt hiervoor in het veld Afzender de distinguished name ingevuld (dit is een uniek onderdeel van het PKI-certificaat)
Bij gedeeld gebruik (via 1 bewerker) dient dit als volgt plaats te vinden:

  • In het veld Afzender wordt voor beide registratiehouders dezelfde distinguished name ingevuld (dit is een uniek onderdeel van het PKI-certificaat van de “bewerker”)
  • In het veld Indicatie Eindgebruiker moet de afzonderlijke naam ingevuld worden. Op deze manier kan de BVBSN zien welke instantie de vraag werkelijk gesteld heeft.

4.5 De Proefomgeving

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens heeft voor testdoeleinden een proefomgeving ingericht voor de BV BSN. De webservices die door de BV BSN worden aangeboden, zijn beschikbaar op deze proefomgeving.

4.5.1    Toegang en autorisatie tot de proefomgeving

De proefomgeving is beschikbaar via ‘openbaar’ internet, via Gemnet en via Diginetwerk. In alle gevallen is een geldig PKI-Overheid certificaat nodig. De proef- en productieomgeving hebben aparte certificaten.Het gebruikte PKI-Overheidscertificaat moet aangemeld worden bij Rijksdienst voor Identiteitsgegevens om geautoriseerd te worden (zie hoofdstuk 4.3 Certificaten).

4.5.2    Toegang tot de webservices

Voor Burgerzaken zijn de volgende twee webservices van belang:

  • MatchIdenGeg: de online Presentievraag;
  • GenereerDistribueerNr: opvragen van een voorraad BSN’s.

De webservice GenereerDistribueerNr is op de proefomgeving niet beschikbaar voor testdoeleinden. Dit om uit te sluiten dat testbestanden met nummervoorraden in de lokale productieomgeving van een registratiehouder worden opgenomen.

Op de proefomgeving is de online Presentievraag ls volgt bereikbaar:

  • Vanaf internet via https://147.181.36.62/bcgba60/bcgba.asmx
  • Vanaf Gemnet en Diginetwerk via https://lap.bcgba.idm.diginetwerk.net/bcgba60/bcgba.asmx

In de testdatabase zijn de gegevens opgenomen van een aantal testpersonen die gebruikt kunnen worden om te testen. De gegevens van deze testpersonen zijn gefingeerd en hebben geen enkele relatie met bestaande personen. De testdatabase is te downloaden van onze website.

4.6    De Productieomgeving

4.6.1    Toegang en autorisatie tot de productieomgeving

Op de productieomgeving zijn de webservices via Gemnet en Diginetwerk als volgt bereikbaar: https://bcgba.idm.diginetwerk.net/bcgba60/bcgba.asmx

4.6.2    Toegang tot de webservices

Voor Burgerzaken zijn de volgende twee webservices van belang:

  • MatchIdenGeg: de online Presentievraag;
  • GenereerDistribueerNr: opvragen van een voorraad BSN’s.

 

Delen

Abonneer op Instructies
Scroll naar boven