Overslaan en naar de inhoud gaan
Naslagwerk

LO-048 / W190 Uitfaseren Hq01- en Xq01-berichtencycli

LO-048 / W190 Uitfaseren Hq01- en Xq01-berichtencycli

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Al geruime tijd zijn er verschillende manieren waarop de BRP Verstrekkingsvoorziening ad hoc kan worden bevraagd:

  • met de ad hoc vraag (Hq01) en Ad hoc adresvraag (Xq01) via de berichtendienst;
  • met de ad hoc vraag of de ad hoc adresvraag via de ad hoc webservice;
  • met de BRP API's.

Ad hoc (adres)vragen via de berichtendienst en via de webservice lijken heel veel op elkaar in de zin dat ze afnemers in staat stellen de BRP-V te bevragen door een persoon of adres te identificeren en van die persoon of dat adres een aantal gegevens op te vragen. Maar er zijn er ook verschillen. De webservice ondersteunt "slim zoeken" en de Hq01 en Xq01 berichten doen dat niet. De webservice geeft resultaten over maximaal 10 personen (ad hoc vraag) of adressen (ad hoc adresvraag), terwijl de Ha01 en Xa01 antwoordberichten slechts één resultaat mogen bevatten. Ook zijn er verschillen in het onderscheiden van brief- en woonadressen.

Wijzigingen moeten door het ontwikkelteam van BRP-V veelal twee keer worden geïmplementeerd en de overeenkomsten en verschillen moeten telkens opnieuw worden uitgelegd, terwijl de overgrote meerderheid van alle ad hoc (adres)vragen reeds via de webservice worden gesteld. Daarom is het goed om afscheid te nemen van ad hoc bevraging via de Berichtendienst, en daarmee van de Hq01- en Xq01-berichtencycli.

1.2 Herkomst

Dit is een initiatief van RvIG en een wens van het functioneel beheerteam van BRP-V.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

In de huidige situatie kan de BRP Verstrekkingsvoorziening ad hoc kan worden bevraagd:

  • met de ad hoc vraag (Hq01) en Ad hoc adresvraag (Xq01) via de berichtendienst;
  • met de ad hoc vraag of de ad hoc adresvraag via de ad hoc webservice;
  • met de BRP API's.

2.2 Oplossing

In het onderhavige LO-wijzigingsvoorstel wordt afscheid genomen van de ad hoc vraag (Hq01) en de ad hoc adresvraag (Xq01) via de berichtendienst. Dat betekent dat als BRP-V nog een Hq01 of een Xq01 bericht ontvangt, het bericht zal worden beantwoord met een Pf01-bericht (protocolfout die aangeeft dat het berichttype niet gedefinieerd is). Alle delen van het LO die over de Hq01- en Xq01-berichten gaan of ernaar verwijzen, worden verwijderd.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de implementatie van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

Berichtencycli worden pas afgeschaft als er geen afnemers meer zijn die er gebruik van maken, maar het is wel goed om hier een ultimatum aan te stellen. Voorlopig is die vastgesteld op 1 januari 2028.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging in LO BRP heeft ook gevolgen voor LO BES, maar niet voor andere logisch ontwerpen (LO BSN, LO BRPk en LO PGK), ook niet voor de HUP en de WIR.

4.2 Gemeenten

Geen gevolgen.

4.3 Afnemers

Dit wijzigingsvoorstel heeft uiteraard alleen gevolgen voor afnemers die gebruik maken van de Hq01- en Xq01-berichtencycli. Zij zullen hun systemen aan moeten passen zodat ze voortaan gebruik maken van de ad hoc webservice of de BRP API's.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

Er zijn geen gevolgen voor RvIG-systemen anders dan BRP-V, dat geen Hq01 of Xq01 berichten meer zal ondersteunen en die dus zal beantwoorden met een Pf01-bericht.

Delen

Naslagwerk

LO-455 / W214 - Uitwisselen gezagsinformatie CGR - gemeenten fase II

LO-455 / W214 - Uitwisselen gezagsinformatie CGR - gemeenten fase II

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Gegevens over wie het gezag uitoefent over een minderjarige worden, als dit gezag niet van rechtswege berust bij één of beide ouders, in de BRP vastgelegd in categorie 11 Gezagsverhouding. Deze gegevens worden ontleend aan Centraal Gezagsregister (CGR) van de Raad voor de rechtspraak (Rvdr). Zodra de rechter een beslissing neemt over het gezag over een minderjarige, dan wordt die beslissing toegezonden aan de gemeente van inschrijving (of de RNI) van de minderjarige, zodat de medewerkers van de gemeente dit op de persoonslijst (PL) van de minderjarige kunnen registreren.

Tot voor kort werden zulke beschikkingen van de rechtbank per briefpost naar gemeenten gestuurd en handmatig door burgerzakenmedewerkers “vertaald” naar de registratie van het gezag in categorie 11 Gezagsverhouding zoals die in het Logisch Ontwerp BRP is beschreven. In LO-wijziging LO-244 is deze briefpost vervangen door een elektronisch bericht: de rechtbank stuurt een Og21-bericht naar de routeringsvoorziening van RvIG, die het bericht vervolgens vertaalt naar een vrij bericht (Vb01). Voor die tussenoplossing is gekozen omdat gemeenten druk waren met de implementatie van de BRP Berichten API en niet daarnaast ook nog een nieuwe berichtencyclus konden implementeren.

Met deze LO-wijziging wordt alsnog geregeld dat de routeringsvoorziening het Og21-bericht van de rechtbank doorstuurt naar de juiste gemeente van inschrijving. Dit maakt ook mogelijk dat foutsituaties die zich bij gemeenten kunnen voordoen, automatisch leiden tot een foutbericht terug naar de routeringsvoorziening, die vervolgens probeert het probleem op te lossen, bijvoorbeeld door het Og21-bericht door te sturen naar een gemeente waarnaar iemand net verhuisd is. Zo wordt voorkomen dat de rechtbanken “achter het net vissen” als een minderjarige toevallig net is verhuisd en worden ze niet geconfronteerd met mogelijke dubbelinschrijvingen, of verschillen in de registratie in de BRP-V en bij de gemeente of de RNI.

Het is nog steeds zo dat de vertaling naar de registratie van gezag op persoonslijsten handmatig moet plaatsvinden, maar op termijn moet het mogelijk worden om die te automatiseren.

1.2 Herkomst

Deze wijziging komt voort uit initiatief GEZ-02-01 Uitwisselen gezagsinformatie CGR – gemeenten, van programma Toekomst BRP.

1.3 Raakvlakken

Er zijn vooralsnog geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

Op dit moment worden gegevens omtrent het gezag over een minderjarige in een Og21-bericht naar de routeringsvoorziening gestuurd, die de inhoud van het bericht vervolgens overzet in een Vb01-bericht en dat naar de gemeente van inschrijving stuurt. Maar daarna moet de routeringsvoorziening er vanuit gaan dat het bericht ook door die gemeente kan worden verwerkt en wordt de Og21-cyclus afgesloten met een verwerkbevestiging naar de Raad voor de rechtspraak. Het kan echter wel degelijk voorkomen dat de minderjarige over wie het bericht ging, net verhuisd is naar een andere gemeente, of overleden, of om andere redenen niet wordt aangetroffen in de registratie van de ontvangende gemeente. Op dit moment moeten gemeenten dit per telefoon of briefpost kenbaar maken bij de rechtbank.

2.2 Oplossing

De Og21-berichtencyclus wordt uitgebreid, zodat de routeringsvoorziening het Og21-bericht van een rechtbank doorstuurt naar de gemeente van inschrijving. Dit zorgt ervoor dat RvIG niet alleen foutscenario’s kan ondervangen en oplossen die zij zelf constateert, maar ook allerlei situaties die zich bij gemeenten kunnen voordoen. De routeringsvoorziening kan dan bijvoorbeeld het Og21-bericht doorsturen naar een gemeente waarnaar de minderjarige nét verhuisd is. Hierdoor krijgt de Raad voor de rechtspraak nog maar met een beperkt aantal foutscenario’s te maken en krijgt de Raad bovendien alleen een verwerkbevestiging als de uitspraak over het gezag over een minderjarige ook daadwerkelijk terecht is gekomen bij de gemeente waar die minderjarige staat ingeschreven.

2.3 Openstaande punten

Deze wijziging zorgt voor het elektronisch uitwisselen van gegevens omtrent het gezag over een minderjarige. Die gegevens moeten nog wel handmatig op de PL worden verwerkt; in een latere wijziging kan worden besloten om die verwerking geautomatiseerd te laten verlopen.

Daarnaast zijn die gegevens nu nog beperkt tot die gegevens die nodig zijn om de huidige registratie van gezag in de BRP te ondersteunen. In de toekomst is het denkbaar dat niet alleen van ouders, maar ook van derden of van gecertificeerde instellingen identificerende gegevens worden meegestuurd en vastgelegd op de persoonslijst, zodat afnemers van de BRP niet meer bij het CGR hoeven op te vragen wie gezag heeft over een minderjarige als dat gezag deels berust bij een derde.

3 Invoering

Voor de realisatie van deze wijziging is inzet nodig van:

  1. RvIG voor de ondersteuning van de aangepaste berichtencyclus in de routeringsvoorziening en het inrichten van processen voor de afhandeling van fouten die het gevolg zijn van onjuiste registratie van persoonsgegevens in de BRP;
  2. De burgerzakenleveranciers Centric, PinkRoccade en Shift2 voor de verwerking van het Og21-bericht en het aanmaken van de Of21-berichten.

Die laatste partijen zijn ook druk met de implementatie van de ondersteuning voor de BRP Berichten API en hebben aangegeven dat ze pas nadat ze over zijn gestapt op de BRP Berichten API kunnen gaan werken aan de ondersteuning van de nieuwe berichtencyclus. Naar verwachting kan die dan ook niet eerder dan 1 juli 2027 in gebruik worden genomen.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging in LO BRP heeft geen gevolgen voor andere logisch ontwerpen (LO BSN, LO BRPk, LO BES en LO PBK), ook niet voor de HUP en de WIR.

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten de nieuwe berichtencyclus ondersteunen in hun burgerzakensystemen. Dit houdt in dat zij de leveranciers daarvan opdracht moeten geven om die ondersteuning te leveren.

4.3 Afnemers

Geen gevolgen.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

RvIG moet zorgen dat de nieuwe berichtencyclus wordt ondersteund door de routeringsvoorziening. Ook moeten de Of21-berichten op de juiste manier worden afgehandeld.

Delen

Naslagwerk

LO-445 Nieuwe verblijfstitels in T56 ivm Europees Migratiepact

LO-445 Nieuwe verblijfstitels in T56 ivm Europees Migratiepact

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Met ingang van 12 juni 2026 treedt het Europees Migratiepact (kortweg het Pact) in werking. Onder het Pact worden de asielprocedures in Europa geharmoniseerd. Dit heeft onder meer gevolgen voor de asielprocedure en voor de verlening van de asielvergunningen in Nederland. Om de wijzigingen in de aanvraagprocedure en asielvergunningen goed te registreren in de BRP worden er in totaal zeven nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd in tabel 56 Verblijfstiteltabel.

1.2 Herkomst

Het toevoegen van nieuwe verblijfstitels is aangevraagd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de IND.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

De nieuwe verblijfstitels ontbreken nu nog in tabel 56 Verblijfstiteltabel.

2.2 Oplossing

Wijzigingen in het rechtmatig verblijf die het gevolg zijn van het Migratiepact leiden tot nieuwe verblijfstitels:

Asielprocedure: Tijdens de asielprocedure mogen bepaalde groepen asielzoekers al deelnemen aan het arbeidsproces. Zij moeten daarvoor wel een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. Gedurende de behandeling van de asielaanvraag kan blijken dat de asielzoeker niet meer of juist alsnog tot deze groep behoort. Het UWV heeft dus informatie nodig om een tewerkstellingsvergunning te verlenen of eventueel in te trekken. Om die reden worden er 4 nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd (let op: de omschrijvingen zijn nog niet definitief):

39.11 Verblijfstitel 39.12 Omschrijving 99.98 Datum ingang
50 Verordening (EU) 2024/1348, art 26, asielwens, in procedure asiel  
51 Verordening (EU) 2024/1348, art 35 lid 4, in niet versnelde procedure asiel  
52 Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, a t/m f, in versnelde procedure asiel  
53 Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, g t/m j, in versnelde procedure asiel  

Naar verwachting zal dit voor de meeste afnemers van de verblijfstiteltabel (anders dan UWV) geen impact hebben op de interne processen. De rechtmatigheid komt overeen met de huidige verblijfstitel 32: Vw 2000 art. 8, onder f en h, in procedure voor vergunning art. 28 Vw 2000.

Asielvergunning: Bij het verlenen van een vergunning naar aanleiding van een aanvraag om asiel wordt met het Pact onderscheid gemaakt tussen vluchtelingen die persoonlijk te vrezen hebben voor vervolging en zij die bijvoorbeeld gevlucht zijn voor burgeroorlog. De eerste groep krijgt de status van verdragsvluchteling met alle daarbij horende rechten, de laatste krijgt een vergunning als subsidiair beschermde. Het onderscheid is vooral van belang voor vervolgprocedures in de Migratieketen (denk aan aanvullende eisen aan nareizende familieleden), maar het heeft ook invloed op de rechten op reisdocumenten en dus op gemeenten (burgerzaken). Alleen de verdragsvluchtelingen hebben recht op een reisdocument voor vluchtelingen. Subsidiair beschermden, en de meereizende en nareizende familieleden van beide groepen, kunnen maximaal aanspraak maken op een reisdocument voor vreemdelingen. Om dit onderscheid aan te geven worden 3 nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd (let op: de omschrijvingen zijn nog niet definitief):

39.11 Verblijfstitel 39.12 Omschrijving 99.98 Datum ingang
54 Vw 2000 na EU-Pact, art 29, lid 1, asiel vluchteling  
55 Vw 2000 na EU-Pact, art 29a, lid 1, asiel subsidiair beschermde  
56 Vw 2000 na EU-Pact, art 29b, 29c, 29d, asiel gezinslid internationaal beschermde  

Voor de verdere rechten op voorzieningen zijn deze titels gelijk aan verblijfstitel 26: Vw 2000 art. 8, onder c, vergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij.

NB: De asielzoekers die voor 12 juni 2026 in procedure zaten houden de oude titels. Na een inwilligend besluit krijgen zij wel één van de nieuwe verblijfstitels.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de inwerkingtreding van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

De toevoeging van de nieuwe tabelregels wordt bij voorkeur doorgevoerd op 1 april 2026.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging hoeft alleen doorgevoerd te worden in Tabel 56.

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten de nieuwe tabelregels kunnen verwerken in hun burgerzakensysteem en in de reisdocumentenmodule. Bovendien moeten zij op basis van de nieuwe titels 54 t/m 56 in staat zijn te bepalen op welke soort Nederlands reisdocument iemand recht heeft.

4.3 Afnemers

Afnemers moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken in hun systemen. Het UWV moet op basis van de nieuwe titels 50 t/m 53 kunnen bepalen of iemand recht heeft op een tewerkstellingsvergunning.

4.4 IND

De IND moet de nieuwe titels kunnen toekennen aan personen en in Og11-berichten de gemeente van inschrijving of de RNI hierover kunnen informeren.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

De systemen van RvIG moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken: RNI en BRP-V. De Tabellen Applicatie moet de nieuwe verblijfstitels kunnen registreren en distribueren.

Delen

Naslagwerk

LO-454 Aanpassen tabel 48 Nederlands reisdocument

LO-454 Aanpassen tabel 48 Nederlands reisdocument

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Volgens de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland, art. 3 lid 2 sub a bestaat er ook een zakenvariant van het faciliteitenpaspoort. Dit model Nederlands reisdocument wordt maar zelden afgegeven, maar het bestaat wel. Niettemin komt het niet voor in tabel 48 Nederlands reisdocument en dat is dus ten onrechte. Met deze wijziging wordt het bewuste model toegevoegd aan die tabel.

1.2 Herkomst

Het toevoegen van het zaken model van het faciliteitenpaspoort is aangevraagd door een leverancier van een burgerzakensysteem die het graag op wilde nemen in de reisdocumentenmodule van hun burgerzakensysteem.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

Het zakenmodel van het faciliteitenpaspoort komt nu niet voor in tabel 48, terwijl het wettelijk gezien wel aangevraagd en verstrekt mag worden.

2.2 Oplossing

Aan tabel 48 wordt het volgende document toegevoegd:
35.11 Code Nederlands reisdocument: ZF
35.12 Omschrijving Nederlands reisdocument: Faciliteitenpaspoort (zakenpaspoort)
99.98 Datum ingang tabelregel: [leeg laten]
99.99 Datum beëindiging tabelregel: [leeg laten]

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de inwerkingtreding van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

De toevoeging van de nieuwe tabelregel wordt bij voorkeur doorgevoerd op 1 juli 2026.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging hoeft alleen doorgevoerd te worden in Tabel 48.

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken in hun burgerzakensysteem en de reisdocumentenmodule daarvan.

4.3 Afnemers

Afnemers moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken in hun systemen.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

De (ei)landen van Caribisch Nederland moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken in hun systemen.

4.6 RvIG-systemen

De systemen van RvIG moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken: RNI en BRP-V. De Tabellen Applicatie moet de nieuwe code kunnen registreren en distribueren.

Delen

Naslagwerk

LO-453 Aanpassen tabel 37 Reden opnemen/beëindigen nationaliteit

LO-453 Aanpassen tabel 37 Reden opnemen/beëindigen nationaliteit

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Sinds 1 april 2022 is het mogelijk dat iemand die het Nederlanderschap is verloren en waarvoor geldt dat met dat verlies het Unieburgerschap verloren ging én op dat moment redelijkerwijs voorzienbaar was dat dit tot onevenredige gevolgen uit het oogpunt van het Unierecht zou leiden, het Nederlanderschap kan herkrijgen. Die herkrijging geschiedt met terugwerkende kracht tot en met het moment waarop het Nederlanderschap verloren ging. Zie de Rijkswet op het Nederlanderschap, art. 6 lid 1 onder p. Per abuis is deze reden voor het verkrijgen (herkrijgen, eigenlijk) van het Nederlanderschap in tabel 37 Reden opnemen/beëindigen nationaliteit opgenomen met een datum ingang tabelregel van 1 april 2022. Dat is weliswaar het moment waarop dit wetsartikel in werking trad, maar in de tabel betekent de ingangsdatum van deze code dat de reden waarvoor die code staat, niet gebruikt mag worden als ingangsdatum van de herkregen Nederlandse nationaliteit (04.85.10), als die ingangsdatum vóór die van de tabelregel ligt (37.99.98).

1.2 Herkomst

Deze fout in tabel 37 is ontdekt door een BCM bevinding uit een situatie waarin een gemeente tóch een ingangsdatum geldigheid van de Nederlandse nationaliteit had gekozen die voor die van de tabelregel (1-4-2022) ligt. Dit leidde tot een bevinding in de BCM, waarvoor deze gemeente een markeerverzoek heeft aangevraagd.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

Code 193 in tabel 37 Reden opnemen/beëindigen nationaliteit staat voor de reden voor het verkrijgen van het Nederlanderschap “Rijkswet Nederlanderschap 1984 i.v.m. wijziging 2021, art. 6, lid 1, onder p” en heeft ingangsdatum 1-4-2022. Er was begin december 2025 slechts één persoonslijst met deze code als reden voor het opnemen van de Nederlandse nationaliteit.

2.2 Oplossing

De ingangsdatum van code 193 in tabel 37 leeg moeten zijn, omdat iemand met terugwerkende kracht het Nederlanderschap kan herkrijgen en er geen beperking is op de datum waarop dat Nederlanderschap kerkregen wordt.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de inwerkingtreding van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

De correctie van de tabelregel met code 193 wordt bij voorkeur doorgevoerd op 1 april 2026.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging hoeft alleen doorgevoerd te worden in Tabel 37.

4.2 Gemeenten

Omdat het toegestane gebruik van code 193 verruimd wordt, zijn er geen gevolgen voor gemeenten in de zin dat systemen moeten worden aangepast. Wel kan de code dus in meer gevallen worden gebruikt.

4.3 Afnemers

Geen gevolgen.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

Omdat het toegestane gebruik van code 193 verruimd wordt, zijn er geen gevolgen voor RNI in de zin dat het systeem moet worden aangepast. Wel kan de code dus in meer gevallen worden gebruikt. Voor andere systemen bij RvIG zijn er geen gevolgen.

Delen

Abonneer op Webpagina's
Scroll naar boven