Tijdelijk verblijfsadres
Het tijdelijk verblijfsadres biedt inzicht voor gemeentelijk beleid. Voor veel gemeenten en organisaties is het onduidelijk hoeveel niet-ingezetenen, waaronder arbeidsmigranten, binnen de gemeente verblijven en hoe lang zij daar verblijven.
Dit gebrek aan inzicht maakt het lastig om effectief beleid te vormen en lokale dienstverlening af te stemmen op de daadwerkelijke situatie. Zonder actuele gegevens is het moeilijk om te bepalen welke voorzieningen gewenst zijn, hoe de huisvesting wordt gereguleerd en welke impact er is op de leefomgeving.
Het tijdelijk verblijfsadres wordt vastgelegd in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), onderdeel van de Basisregistratie Personen (BRP). Dit adres kan worden gebruikt voor de uitvoering van de gemeentelijke taken en biedt waardevolle informatie voor beleidsvorming op het gebied van huisvesting, leefbaarheid en voorzieningen. Door gebruik te maken van het tijdelijk verblijfsadres kunnen gemeenten gerichte beslissingen nemen, beter inspelen op de behoeften van niet-ingezetenen en hun omgeving en anticiperen op toekomstige ontwikkelingen.
Om structureel toegang tot het tijdelijk verblijfsadres te krijgen is de gemeentelijke autorisatie hiermee uitgebreid. De gemeentelijke systemen zijn hier echter nog niet op aangepast. In afwachting van deze aanpassing ontvangt elke gemeente alvast een periodieke selectie via de Kwaliteitsmonitor (KWM). In de rechterkolom vind je een handleiding voor het raadplegen van deze gegevens en de brief die hierover aan de colleges van burgemeesters & wethouders (B&W) is verstuurd.
Zie ook
- Het aantal inschrijvingen in de RNI met een tijdelijk verblijfsadres
- Veelgestelde vragen over het aantal inschrijvingen in de RNI met een tijdelijk verblijfsadres
- Veelgestelde vragen over de bereikbaarheidsgegevens van niet-ingezetenen
- Brief aan gemeenten over het tijdelijk verblijfsadres
- Handleiding Kwaliteitsmonitor (KWM) ten behoeve van het tijdelijk verblijfsadres