Inschrijving vluchtelingen in de BRP: toepassing woonadresbeginsel
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) hebben van verschillende gemeenten signalen ontvangen over de logeerregelingen van het COA in relatie tot de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP).
Na overleg met het COA deelt BZK het volgende mee.
Uit de praktijk blijkt dat vluchtelingen die tijdens hun verblijf op een COA-locatie tijdelijk bij derden verblijven, niet altijd op hun feitelijke woonadres in de BRP worden ingeschreven, maar op het adres van het COA blijven geregistreerd staan. Het COA heeft bevestigd dat het de voorkeur geeft aan de officiƫle regelingen die beschikbaar zijn voor verblijf buiten de COA opvang (zoals de logeerregeling), waarbij inschrijving op het feitelijke woonadres een verplichting is. Echter, kan het COA bewoners niet verplichten om gebruik te maken van het bed in de opvang, zolang bewoners voldoen aan hun meldplicht; opvang is een recht en geen plicht.
BZK adviseert gemeenten om, in lijn met de Wet BRP, het woonadresbeginsel strikt toe te passen. Dit houdt in dat vluchtelingen die bij derden verblijven en daar sprake is van een woonadres, op dat adres moeten worden ingeschreven. Doet de betrokkene zelf geen aangifte, dan kan de gemeente na een gedegen adresonderzoek overgaan tot ambtshalve inschrijving. Sommige gemeenten vroegen zich af of er tussen BZK en COA specifieke afspraken zijn gemaakt over de registratie van deze groep. Dat is niet het geval: de regels van de BRP gelden ook voor deze personen.
Uitzondering
Vluchtelingen die nog geen BSN hebben, kunnen niet door de woongemeente in de BRP worden ingeschreven. Zij worden door een BRP-straat in de BRP geregistreerd.